beginselen - onze visie

 

“Alle aards geluk berust op een compromis tussen droom en werkelijkheid”

Marcel Proust

“Visie is de kunst de onzichtbare dingen te zien”

Jonathan Swift

Sociaal & Groen beginselen
wie zijn wij

 

1. De idealen van Sociaal & Groen

 

1.1        Sociale gelijkheid, vrijheid, democratie, inclusiviteit, solidariteit, rechtvaardigheid, duurzaamheid,  en respect voor mens, dier & natuur. Dat zijn de uitgangspunten gerelateerd aan de idealen van Sociaal & Groen, een sociaaldemocratische beweging. In de confrontatie van deze idealen met de werkelijkheid van alle dag geven beginselen richting. Voor Sociaal & Groen staat het recht op een fatsoenlijk bestaan voor mens en dier centraal bij iedere benadering van een standpunt. Een bestaan dat voor iedereen een volwaardige participatie in de maatschappij mogelijk maakt, met ruimte voor wie wil en waardigheid voor wie niet kan. Een fatsoenlijke samenleving ontstaat waar vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid elkaar de hand reiken en ieder mens en dier een fatsoenlijk bestaan kan leiden.

1.2         De sociaaldemocratische beweging is naast een pro-EU ook ook een internationale beweging die vecht voor deze idealen. Sociaal & Groen is de Nederlandse eigenzinnige vertegenwoordiger hiervan. Het is een beweging die zich verzet tegen schending van mensen- en dierenrechten, tegen onredelijke ongelijkheid van inkomen, vermogen en macht, tegen armoede, tegen discriminatie en tegen de uitputting en vervuiling van natuur en milieu. ‘De sociaaldemocratische methode’ kan niet zonder een sterke economie en een vitale markt maar begrenst deze door kaders die niet vanzelfsprekend door die markt geleverd worden: sociale rechtvaardigheid, democratische verantwoording, publiek belang, culturele ontwikkeling en ecologische duurzaamheid.

1.3      Sociaal & Groen gaat verder op de weg die de Partij van de Arbeid (sociaaldemocratie) ooit is ingeslagen. De sociaaldemocratie vervulde een leidende rol bij het negentiende-eeuwse verzet tegen het ongeremde kapitalisme dat de levensomstandigheden van grote groepen van de bevolking aantastte, bij de emancipatie van de arbeider en andere achtergestelde groepen, en bij de wederopbouw van een door twee wereldoorlogen​ geteisterd Europa.
De sociaaldemocratie voelt zich historisch verbonden met de opbouw van de parlementaire democratie, de verzorgingsstaat en de sociale overlegeconomie en wil daarom een bijdrage blijven leveren aan het moderniseren van deze pijlers onder de fatsoenlijke samenleving. Voor de sociaaldemocratie stond en staat de overtuiging centraal dat dit niet is te verwezenlijken zonder een sterke, rechtvaardige en democratische overheid.

1.4      Sociaal & Groen wil een partij zijn voor mensen die overtuigd zijn van de noodzaak van een herijking van waarden, die soms eeuwenlang de samenleving hebben gekenmerkt. Ongewenste of schadelijke effecten ten gevolge van voortschrijdende technologie op medisch, technisch en digitaal gebied, een onbeheersbare en uit de hand gelopen schreefgroei in inkomens en vermogen, een mondiale migratie, een diep en structureel wantrouwen in de politiek en een onbevredigend functionerende overheid nopen tot een herziening van structuren, waarbij geheel nieuwe denkwijzen over inkomen en macht een plaats krijgen. Sociaal & Groen streeft naar een ideale wereld, te beginnen in Nederland en biedt een platform voor hen die willen meedenken en zich inzetten voor deze idealen, binnen en buiten de politiek maar altijd langs democratische weg. Voorop staat de overtuiging dat politiek het verschil kan maken tussen een marginaal en een fatsoenlijk bestaan, tussen vernedering en emancipatie, tussen rivaliteit van natiestaten en internationale samenwerking, tussen apartheid en gelijkwaardigheid: politiek die er toe doet.

 

2.     Beginselen in een moderne tijd

 

2.1     het recht op een fatsoenlijk bestaan

Het bieden van kansen, de spreiding van macht, vermogen en inkomen en het investeren in kennis zijn nodig om mensen in staat te stellen het beste uit zichzelf naar boven te halen. Daarbij worden steeds keuzes gemaakt tussen hoe de vrijheid van de één moet worden afgewogen tegen de vrijheid van de ander, rechten tegenover plichten en vrijheid tegenover sociale rechtvaardigheid. In een open economie is effectief herverdelen een lastige opgave. Dat is geen reden om de ambitie op te geven, wel om het doel duidelijk te formuleren. Vanuit de onwrikbare overtuiging dat alle mensen gelijkwaardig zijn leidt dit tot een pleidooi voor het recht op een fatsoenlijk bestaan. Iedereen heeft tenminste recht op een dusdanig niveau van bestaanszekerheid dat men volwaardig aan de samenleving kan deelnemen. Iedereen moet erop kunnen rekenen door de overheid, haar instellingen en medewerkers, met dienstbaarheid te worden bejegend; respect dat de overheid van haar burgers mag terugverlangen.

2.2      solidariteit en saamhorigheid

Grote delen van de arbeidersklasse en veel vrouwen zijn uit hun traditionele achterstandspositie geëmancipeerd. Er is een omvangrijke, zij het gevarieerde middenklasse ontstaan. Deze is de voornaamste betaler van de solidariteit maar heeft niet altijd voldoende profijt daarvan. Anderzijds is niet iedereen in Nederland goed opgeleid, welvarend en geëmancipeerd. Gebrek aan opleiding, hardnekkige achterstand en uitsluiting gaan misschien wel meer dan ooit samen. Tenslotte vinden te veel migranten moeizaam een plek in de maatschappij. De belangen van deze verschillende groepen lopen zo uiteen dat de bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen voor elkaars lot onder druk is komen te staan.
Solidariteit gedijt op een stevige ondergrond van saamhorigheid en lotsverbondenheid. De toenemende diversiteit zet dat fundament onder druk. Het keren van die ontwikkeling vraagt om selectieve migratie, het ontwikkelen van gedeelde oriëntaties op verleden en toekomst van onze maatschappij en het radicaal bestrijden van achterstelling en achterstand.

2.3      nabij bestuur

Het openbaar bestuur heeft een eigen ontwikkeling gevolgd en is daarin op afstand gekomen van de burger.  Maatschappelijke problemen blijken zich vaak weinig aan bestuursniveaus gelegen te laten liggen. Soms hebben ze een grensoverschrijdend karakter, soms juist spelen ze heel lokaal. De pogingen dit soort problemen te beheersen gaan niet zelden gepaard met regelzuchtige bureaucratisering, gebrek aan uitvoeringsresultaat en empathie en gebrekkige democratische controle. De overheid heeft zich te veel ontwikkeld richting een autonome macht, waarbij het zichzelf centraal is gaan plaatsen in plaats van de burger. Burgers komen daartegen in het geweer, en dat is heel begrijpelijk. De ontwikkeling naar grootschalige en anonieme machtsvorming staat tegenover de toenemende behoefte aan dienstverlening, kleinschaligheid en nabije democratie. Sociaal & Groen kiest voor een zo lokaal mogelijk bestuur en een zo lokaal mogelijke vertegenwoordiging. Dat kan heroverweging van taakverdeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten betekenen, en binnen lidstaten tussen nationaal en lokaal bestuur. De bewijslast voor grootschaliger bestuur en vertegenwoordiging ligt bij de voorstanders.

2.4     selectieve en duurzame groei

​Een sterke economie is van vitaal belang voor de kwaliteit van het bestaan. De ondernemingsgewijze productie is een voorname motor van innovatie, welvaart en werkgelegenheid. Maar er is meer dan economie alleen. Ongeremde economische activiteiten zitten de kwaliteit van het bestaan in de weg als de noodzaak van ‘werk, werk, werk’ verwordt tot de haast van ‘druk, druk, druk’; als commercie tot culturele eenheidsworst leidt; als markten blind zijn voor natuur, milieu en dierenwelzijn; als de lasten van onze economische groei worden afgewenteld op ontwikkelingslanden en toekomstige generaties. Groei moet kortom selectief en duurzaam zijn.

2.5      een veelzijdige moderne democratische rechtsstaat

De noodzaak voor het tot stand brengen van maatschappelijke verbeteringen is onverminderd groot. Maar de eisen waaraan effectieve instrumenten moeten voldoen worden steeds hoger. Van bovenaf opgelegde veranderingen beklijven moeizaam. Wie een vanzelfsprekend draagvlak veronderstelt voor wetten en regels komt nogal eens bedrogen uit. Burgers zoeken en vinden eigen wegen om invloed uit te oefenen, als Nederlands en als Europees burger, als consument, als buurtbewoner, op het werk, als vrijwilliger. De democratische rechtsstaat met haar parlementaire democratie, met het klassieke evenwicht van machten en haar nadruk op grondrechten blijft echter centraal staan. Wel dient zij een veelzijdiger karakter te krijgen, met meer varianten aan inspraak en bestuur. Daarin schuilt ook een enorm potentieel voor maatschappelijke verandering. Sociaal & Groen staat daarom voor een politiek die mensen langs al deze wegen aanspreekt en organiseert om verantwoordelijkheid te nemen; niet alleen voor de eigen toekomst maar ook voor die van de maatschappij als geheel.

2.6      vrijheid als recht

Vrijheid is geen verdienste maar een recht. Naast het recht om vrij te zijn bepleit de sociaaldemocratie voor iedereen de kansen en middelen om iets van die vrijheid te maken. Maar de uitgangsposities zijn niet gelijk en de risico’s zijn voor velen groot. Alleen maar kansen bieden, zelfs gelijke kansen, is dus onvoldoende. Mensen hebben ook recht op zekerheid, de zekerheid van een fatsoenlijk bestaan. De sociaaldemocratie onderscheidt zich daarin van het (neo-)liberalisme. Wij pleiten voor het scheppen van kansen en het herverdelen van middelen om meer gelijke uitgangsposities te scheppen en voor solidariteit om iedereen een fatsoenlijk bestaan te geven; binnen en buiten Nederland. Wij streven naar inbedding en inperking van het marktmechanisme, om een publieke sfeer te waarborgen die niet wordt gedomineerd door commercie en waarin essentiële voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn.

2.7       gemeenschap als keuze

De sociaaldemocratie geeft gemeenschapsvorming, maatschappelijke samenhang en publieke moraal betekenis zonder paternalisme of benepenheid. Dat onderscheidt de sociaaldemocratie van het (neo-) conservatisme. De sociaaldemocratie juicht van oudsher toe als mensen zich uit eigen keuze verenigen: om zich op die manier te bevrijden, niet om zich te schikken. Wij pleiten voor een ontspannen samenleving waarin mannen én vrouwen keuzes hebben rond arbeid, zorg, leren en vrijwilligerswerk. Wij verdedigen een vrijzinnige moraal, waarin – tegen de achtergrond van voor iedereen geldende grondrechten – ruimte is voor verschillende levensbeschouwingen, levensstijlen en culturen.

2.8     we zijn niet alleen: dierenrechten

De mens is onderdeel van het aardse ecosysteem, maar door zijn mentale ontwikkeling en de daaruit voortgekomen cultuur is hij in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welk ander levend wezen ook. Door diezelfde mentale ontwikkeling heeft hij echter ook de vrijheid om andere levensvormen alsook zijn eigen soortgenoten in heden en toekomst geen onnodig leed en schade te berokkenen. Dit respect voor de lichamelijke en mentale integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur in het algemeen kunnen omgaan.
Dit respect voor het leven is onder mensen nog in onvoldoende mate ontwikkeld. Dit heeft geleid en leidt steeds opnieuw tot grote ruwheid en onzorgvuldigheid in het gedrag van mensen. Daardoor verdwijnen in hoog tempo natuurgebieden, sterven diersoorten uit, wordt het mondiale ecosysteem zwaar belast en ontwricht, en worden grote bevolkingsgroepen in hun voortbestaan bedreigd.
In het Handvest van de Aarde, voortgekomen uit een initiatief van de Verenigde Naties in 1987 (United Nations World Commission on Environment and Development: www.earthcharter.org), dat door tal van natuur- en milieu-organisaties als uitgangspunt wordt gehanteerd, wordt deze doelstelling nader uitgewerkt. De bescherming van de ‘levensvatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde’ wordt in dit handvest als een ‘heilige taak’ van de mensheid opgevat. In artikel 15 worden respect en mededogen in de omgang met dieren als een aparte doelstelling geformuleerd. Wreedheden tegen door de mens gehouden dieren moeten worden voorkomen en jacht- en vismethoden die ‘extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken’, dienen te worden verboden.
In de Universele Verklaring van de Rechten van het Dier van de International League of Animal Rights in 1977 wordt niet alleen gesteld dat alle dieren met respect behandeld moeten worden, maar worden in artikel 7 het zonder noodzaak doden van een dier en elke beslissing die hiertoe leidt, als een ‘misdaad tegen het leven’ gekwalificeerd. Expliciet worden de plezierjacht en de sportvisserij afgewezen, terwijl aan het gebruik van dierproeven de eis wordt gesteld dat die een noodzakelijk doel moeten dienen en gepaard moeten gaan met onderzoek en toepassing van alternatieven.

Na twee eeuwen dierenbescherming wordt het hoog tijd om aan het gebruik van dieren verdergaande beperkingen te stellen. Dieren worden nog te vaak slechts als object beschouwd dat altijd ondergeschikt is aan de belangen van de mens en voor al die belangen gebruikt mag worden. De exploitatie van dieren en van hun biotoop heeft, ook al vindt die op een duurzame wijze plaats, altijd onvermijdelijk negatieve gevolgen voor de dieren en eindigt meestal zelfs met hun dood.
Bij iedere vorm van omgang met en gebruik van dieren moet daarom steeds een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de zwaarte van de menselijke belangen en de gevolgen voor het dier. Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dieren schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om hun welzijn te schaden.
Het gebruik van dieren voor niet-vitale belangen van mensen kan met deze benadering worden teruggedrongen en uitgebannen. Het is evident dat dit geldt voor onder andere de bontproductie, het circus, stierenvechten, hengelsport en andere dieronvriendelijke vormen van vermaak met dieren. Godsdienstige en culturele tradities, die dieren in hun welzijn aantasten, moeten zich op dit punt vernieuwen. Tradities zijn immers geen onveranderlijke verschijnselen, maar kunnen zich in de loop der tijd aan de nieuwe opvattingen en morele normen van mensen aanpassen en hebben dat in het verleden ook steeds zo gedaan.
Ook bij het gebruik van proefdieren en van dieren voor menselijke consumptie dient steeds de ethische afweging van de verschillende belangen van mens en dier plaats te vinden. Hierbij moet ook de toepassing van alternatieven voor dierproeven en dierlijke producten de volle aandacht krijgen. De ontwikkeling en toepassing van deze alternatieven kan daarom ook als een ethische noodzaak van de mensheid beschouwd worden.

2.9      mens & milieu

Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie. Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf aanzienlijke ecologische beperkingen oplegt. Die dienen gericht te zijn op het reduceren van het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en dieren.
Een zorgvuldige, liefdevolle omgang met de natuur en de dieren houdt tenslotte ook in dat aan mensen respect voor hun lichamelijke en mentale integriteit in de ruimste zin des woords wordt betoond. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) biedt hiervoor het geschikte uitgangspunt. Deze creëert de voorwaarden waaronder de mens in vrijheid en zonder onderdrukking en geweld kan leven en zich kan ontwikkelen. Hierbij dient de mens wel rekening te houden met zijn medeschepselen. Zijn vrijheid houdt op waar die van de ander in het gedrang komt. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vormt samen met de Verklaring van de Rechten van het Dier en het Handvest van de Aarde het praktische uitgangspunt voor de wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur behoren om te gaan. Dit uitgangspunt wordt nader uitgewerkt in de kernwaarden en standpunten van Sociaal & Groen en bepaalt de politieke opstelling.

2.10     ecologische duurzaamheid, een groene en schone wereld

Er is een wereldwijde cultuur ontstaan van consumentisme, die een te groot beslag legt op schaarse natuurlijke hulpbronnen, die de biodiversiteit aantast en die leidt tot opwarming van de aarde. Het zijn vooral de allerarmsten in de wereld die het slachtoffer zullen worden van de gevolgen van klimaatverandering: overstromingen, orkanen, droogtes.
Sociaal & Groen vindt dat economische groei nooit ten koste mag gaan van het milieu en het welzijn van de mens. In de eerste plaats zullen de Westerse landen hun nationale ecologische voetafdrukken flink moeten verkleinen. Zij veroorzaken immers de meeste vervuiling en moeten daar dan ook voor betalen. Alleen zo kunnen ecologische duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid met elkaar worden verbonden. Groene politiek kiest voor een ontwikkeling die voorziet in de economische en sociale behoeften van de huidige generatie van wereldburgers zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties.
Sociaal & Groen staat voor ecologische duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid: iedere wereldburger heeft recht op een evenredig aandeel in de schaarse natuurlijke hulpbronnen, nu en in de toekomst. De economie staat altijd in dienst van het milieu en van welzijn en geluk van de mens. Waar deze geschaad worden door voortgaande economische groei kiezen we voor krimp. Milieukosten worden door de veroorzaker betaald. De positie van de armsten in de wereld moet worden verbeterd zonder ecologische grenzen te overschrijden. Dat betekent dat Westerse landen hun nationale ecologische voetafdrukken flink moeten verkleinen.

3.     Verlangens

 

3.1      Nederland en de Wereld

3.1.1   mondialisering

De wereld wordt in toenemende mate een economische eenheid. Dit heeft te maken met technologische ontwikkelingen, maar is zeker ook het gevolg van politieke en economische beslissingen. Mondialisering biedt zowel kansen als bedreigingen, voor ontwikkelde en ontwikkelingslanden. Maar de balans is lang niet altijd positief getuige de situatie waarin veel Afrikaanse landen zich bevinden. Mondialisering moet rechtvaardig uitwerken en onrecht en ongelijkheid verkleinen in plaats van vergroten. De beste remedie tegen uitsluiting van ontwikkelingslanden is het afbreken van handelsbarrières gericht tegen deze landen. Een eerlijker deelname aan de wereldeconomie door deze landen wordt bevorderd door ondersteunende wereldhandelsafspraken. Ontwikkelingslanden moeten ook op een eigen inspanning worden aangesproken: werken aan goed bestuur, een democratische rechtsstaat, corruptiebestrijding en interne herverdeling. Daarnaast is effectieve ontwikkelingshulp, gerichte armoedebestrijding en emancipatie van kwetsbare groepen van belang. De traditionale wijze van ontwikkelingshulp -in de vorm van geld- is niet altijd effectief gebleken. Ook heeft het nauwelijks bijgedragen aan stabilisatie van conflicterende regio’s en democratisering. Daarom wil Sociaal & Groen een andere benadering, waarbij handelsvoordelen worden gekoppeld aan mensen- en dierenrechten en de vorderingen van de democratie en de rechtstaat.

3.1.2      duurzame ontwikkeling

In de mondiale economie dienen een duurzaam gebruik en een eerlijke verdeling van ruimte en grondstoffen voorop te staan. Bedrijven en consumenten, individueel of gezamenlijk, spontaan of daartoe aangespoord, moeten door verantwoord gedrag hieraan een bijdrage leveren. Mondiale afspraken over de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen en het krachtig stimuleren van duurzame alternatieven alsmede het behoud van soortenrijkdom zijn van groot belang. De mens is niet slechts verantwoordelijk voor het waarborgen van zijn eigen toekomstige levensvoorwaarden maar ook voor die van alle andere levende organismen op aarde.

3.1.3     recht en macht

Vrede, veiligheid en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele verklaring van de Rechten van de Mens, hebben grenzeloze betekenis. Daarom vragen internationale organisaties zoals de Verenigde Naties om versterking en democratisering. De effectiviteit van deze internationale organisaties is er mee gediend wanneer zoveel mogelijk landen hieraan deelnemen. De Europese Unie moet dit bijvoorbeeld bevorderen door bondgenootschappen aan te gaan met landen die zich houden aan de internationale rechtsorde. Wanneer vreedzame initiatieven tekortschieten om de internationale rechtsorde te verdedigen of te herstellen is een effectief geweldsinstrument nodig. Militaire interventie vereist echter een volkenrechtelijk mandaat. Bestrijding van terrorisme en een effectieve aanpak van de oorzaken van terrorisme vragen om hechte internationale samenwerking.

3.1.4   Europa als waarden- en rechtsgemeenschap

Nadat in de eerste helft van de twintigste eeuw twee bloedige oorlogen Europa verscheurd hadden, kozen de landen in West-Europa voor internationale samenwerking, in met name de NAVO en de Europese Unie. Deze samenwerking heeft decennia lang ongekende welvaart en vrede in Europa opgeleverd. De democratische rechtsstaat is of wordt in nagenoeg heel Europa gerealiseerd. Maar Europa is niet af. De Europese Unie moet open staan voor Europese landen die dezelfde democratische waarden delen, die bereid zijn tot vergaande samenwerking om gemeenschappelijke problemen op te lossen. Sociaal & Groen  onderschrijft het Europese beschavingsideaal, dat nationale verscheidenheid aanmoedigt en respecteert, maar agressief nationalisme ontmoedigt. Vreedzame samenwerking en open omgangsvormen stonden en staan daarbij centraal. Europa dient daarbij slagvaardig en democratisch te werk te gaan. Een slagvaardig Europa vraagt acceptatie van meerderheidsbeslissingen en flexibiliteit van samenwerkingsvormen. Een democratisch Europa vraagt sterke nationale parlementen als ook een sterk Europees Parlement en vergt investering in kennis en publiek debat over Europa.

3.1.5    Europese integratie

Het slechten van handelsbarrières binnen Europa heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de gestegen welvaart. Bij de vraag of meer dan wel minder Europese integratie gewenst is, dient het subsidiariteitsbeginsel en de borging van publieke belangen voorop te staan. Dit leidt op een aantal terreinen tot een pleidooi voor meer integratie, bijvoorbeeld op het terrein van het buitenlands en veiligheidsbeleid, de criminaliteitsbestrijding en de bestrijding van het terrorisme. Ook dient gewerkt te worden aan een grotere Europese politieke en militaire eenheid binnen het Atlantisch bondgenootschap. Maar op andere terreinen leiden deze uitgangspunten tot een pleidooi voor minder integratie. De bevordering van de Europese interne markt dreigt landen en parlementen onnodig te beknotten in hun mogelijkheden de verhouding tussen overheid en markt te regelen. Waar grote publieke belangen in het geding zijn is dit ongewenst, zoals in het onderwijs, de zorg of de sociale zekerheid, tenzij de EU het minimale door Nederland gewenste niveau behaalt.

3.1.6     belastingwet- en regelgeving

De misstanden in de (internationale) belastingwetgeving is voor Sociaal & Groen onacceptabel en dus is de aanpak daarvan van hoge prioriteit. Belastingconstructies met als doel verschuldigde belasting te ontwijken of ontduiken, zoals ‘postbussenbedrijven’, belastingparadijzen, bijzondere deals en bijzondere constructies moeten worden verboden. Omdat deze constructies bovenal een internationaal karakter dragen moet dit in EU-verband wettelijk worden geregeld.

In Nederland moet zo spoedig mogelijk een einde komen aan ongelijke belastingheffing, anders dan de inkomstenbelasting. Hieronder vallen alle door de overheid opgelegde inningen, zoals leges, boetes, heffingen en dergelijke, die, evenals de inkomstenbelasting, naar draagkracht geheven moeten worden.

 

3.2     kansen en zekerheden

3.2.1   een fatsoenlijk bestaan

In een wereld vol kansen op succes en kansen op falen, moeten mensen de zekerheid hebben dat tegenslag niet betekent dat je aan de kant komt te staan. Een fatsoenlijk bestaan is het minste waar mensen van op aan moeten kunnen. Het gaat daarbij niet alleen om een behoorlijk inkomen maar om bestaanszekerheid in de meest brede zin van het woord: goed onderwijs, menswaardige zorg en huisvesting, maar ook de bescherming tegen criminaliteit en terreur, een respectvolle behandeling door de overheid en de mogelijkheid om als volwaardig burger mee te doen aan publieke besluitvorming. Sociaal & Groen geeft dit vorm in onder andere de voorstellen ‘Basisinkomen’ een ‘Delta Plan Wonen’ en ‘Burgerraden’.

3.2.2    verantwoordelijkheden

Mensen zijn zelf als eerste verantwoordelijk voor hun toekomst. Zij verdienen kansen om iets van die toekomst te maken. Kansen die ze ook moeten willen gebruiken. De kennissamenleving biedt echter niet alleen kansen. Uitgangsposities zijn ongelijk en er zijn tal van risico’s en onzekerheden. Kennis veroudert snel en achterstanden kunnen hardnekkig zijn. Daarom is het bieden van kansen, zelfs gelijke kansen, niet genoeg. Mensen moeten mogelijkheden geboden krijgen om iets van hun bestaan te maken – zonder in onzekerheid te raken. Ze verdienen de zekerheid dat essentiële voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht succes of tegenslag. Mensen zullen sneller geneigd zijn risico’s te nemen als ze weten dat ze niet aan hun lot worden overgelaten als het mis gaat. Wie met zijn kennis en inzet de welvaart van ons allemaal wil vergroten verdient daarom ruimte; degene die het goed gaat maar zich verzekerd wil weten tegen pech of tegenslag verdient zekerheid; wie wel mee wil maar niet mee kan verdient bescherming en wie met een extra steuntje in de rug van ons allemaal weer aan kan haken heeft recht op perspectief.

3.2.3    onderwijs

Onderwijs, opleiding en bevordering van creativiteit en innovatie vormen het kloppend hart van de sociaaldemocratische ambitie. Verwerving, bezit en verbetering van kennis zijn voor individuen en economieën een steeds belangrijkere manier om overeind te blijven in de wereld; de toegang tot (met name elektronische) informatie wordt voor steeds meer mensen een sleutel tot maatschappelijk functioneren. In zo’n kennissamenleving is onderwijs niet alleen onmisbaar voor emancipatie, integratie en burgerschap, maar ook voor toekomstige welvaart en ondernemerschap. Iedereen moet daarom de kans krijgen het beste uit zichzelf naar boven te halen. Toegankelijk en kwalitatief hoogstaand onderwijs is dus cruciaal. Meer waardering en aandacht voor ambtelijke beroepen (m/v) is in meerdere opzichten gewenst en dus een aandachtspunt. Dat dient niet slechts het individueel maar ook het algemeen belang.
Vanaf het begin van de negentiende eeuw tot op de dag van vandaag is het onderwijs het politieke strijdperk bij uitstek geweest bij het zoeken van de juiste balans tussen kerk en staat. Er zijn vele momenten aan te wijzen waarin de verhouding tussen kerk en staat zich nadrukkelijk manifesteerde en deze verhouding is tot vandaag de dag nog steeds onderwerp van onderwijspolitieke en onderwijsrechtelijke discussie.
Veranderende cultuur en maatschappelijke opvattingen dwingen tot aanpassingen in wet- en regelgeving. Die maatschappelijk gewijzigde visie op de scheiding van kerk en staat noopt in een moderne tijd ertoe, dat deze discussie niet alleen wordt afgerond, maar ook juridisch wordt gepreciseerd, waarbij art. 23 moet worden herzien.

3.2.4    een gemengde economische orde

De ondernemingsgewijze productie is een voorname motor van innovatie, welvaart en werkgelegenheid. Deze is goed in het scheppen van kansen maar faalt in het geven van zekerheden. Economische macht kan schade doen, als ze geconcentreerd wordt, als verantwoording en controle ontbreken of als de tegenkrachten zwak zijn. Een beschaafd kapitalisme vraagt om een gemengde economische orde waarin het marktmechanisme ingeperkt en ingebed wordt door wetten en regels. Dat is in de loop der jaren een van de grote krachten van de sociaaldemocratie gebleken. Zo’n sociale markteconomie kenmerkt zich onder meer door een belastingstelsel dat op draagkracht is gebaseerd, een vitale publieke sector, evenwicht tussen sociale en economische doelen, een sociale zekerheid die beschermt én activeert en nutsvoorzieningen in publiek eigendom.

3.2.5    macht en tegenmacht

Ondernemerschap en bedrijvigheid richten zich van nature meer naar de belangen van kapitaal en kapitaalverschaffers dan naar de belangen van werknemers, natuur en milieu en latere generaties. De internationalisering van de economie versterkt deze ontwikkeling. Een tegenmacht is hierbij op zijn plaats. De onderneming moet daarom worden beschouwd als een samenwerkingsverband van management, werknemers en een diversiteit van belanghebbenden. Deze bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven moet niet alleen worden aangemoedigd maar mag ook worden afgedwongen.

3.2.6    arbeid

Het streven naar volledige werkgelegenheid voor hen die dat wensen een centrale opdracht voor de sociaaldemocratie. Betaalde arbeid hoeft in een moderne tijd niet langer de primaire bron van zelfstandig inkomen te vormen, zeker niet als dat door een individue als niet noodzakelijk wordt ervaren. Arbeid is echter voor veel mensen de basis voor (zelf)respect. Met hun werk leveren veel mensen ook een bijdrage aan de samenleving. De zeggenschap over de kwaliteit van de arbeid en arbeidsverhoudingen is daarbij essentieel. De organisatie van werknemers binnen en buiten de onderneming verdient waardering en ondersteuning.

3.2.7    inkomensverschillen

Redelijke inkomensverschillen die zijn terug te voeren op inspanning, verdienste of verantwoordelijkheid zijn acceptabel. Echter, elites in de publieke en de private sector weten in toenemende mate exorbitante beloningen voor zichzelf te realiseren. Deze beloningen staan in geen verhouding tot hun toegevoegde waarde noch tot de inkomens van andere werknemers. Deze trend naar excessieve ongelijkheid vormt een bedreiging voor de maatschappelijke samenhang. Ze draagt bij aan een cultuur van zelfverrijking en levert het gevaar op dat mensen politieke macht kopen. Zulke inkomensverschillen moeten dan ook bestreden worden.

3.2.8    solidariteit tussen generaties

Solidariteit is niet meer alleen een kwestie van het eerlijk verdelen van de lasten tussen (kans)rijk en (kans)arm. Ook tussen jongeren en ouderen en tussen de generaties die nu leven en de generaties die straks leven speelt de lastenverdeling. Dat verdelingsvraagstuk wordt complexer naarmate de vergrijzing toeneemt. Voorop staat dat ook voor volgende generaties de lusten en lasten in evenwicht moeten zijn.

3.2.9    publieke voorzieningen: aanbod

Publieke voorzieningen moeten uitblinken door toegankelijkheid, kwaliteit en wederkerigheid. De politiek is daarvoor verantwoordelijk; dat is een principekwestie. Wie de voorzieningen aanbiedt is geen principekwestie. Als dat via de markt beter kan, moet het aanbod via de markt lopen. Als het via de overheid beter kan, moet de overheid dit doen. Het leven is echter meer dan een voortdurende prijsvergelijking. Dat betekent dat burgers de mogelijkheid moeten hebben om keuzevrijheid af te wegen tegen zekerheid. De zekerheid van een kwalitatief hoogstaande (publieke) dienstverlening is ook een groot goed dat hoger gewaardeerd kan worden dan de mogelijkheid steeds weer eigen keuzes te moeten maken. Dit vraagt grote terughoudendheid bij het vermarkten van collectieve voorzieningen en het in publieke handen brengen van collectieve nutsvoorzieningen.

3.2.10    publieke voorzieningen: toegankelijkheid

Toegankelijkheid ongeacht inkomen is het grootste publieke belang. Geld mag niet domineren waar andere overwegingen maatgevend moeten zijn. Bij de toegang tot het onderwijs gaat het immers om talent, bij het krijgen van zorg om de vraag wie ziek is of gezond. Niet iedereen is in staat om publieke voorzieningen te gebruiken, bijvoorbeeld door psychische of verslavingsproblemen. Het is maatschappelijk ongewenst als dit leidt tot uitsluiting van voorzieningen en daarmee tot een groei van het aantal daklozen en bedelaars. Om dat te voorkomen mag onder voorwaarden de autonomie van betrokkenen worden ingeperkt.

3.2.11    publieke voorzieningen: kwaliteit en wederkerigheid

Publieke voorzieningen moeten kwalitatief hoogstaand en voor iedereen aantrekkelijk zijn. Alleen dan is de belastingbetaler bereid zijn bijdrage te blijven leveren. Een maatschappij die investeert in haar burgers mag rekenen op wederkerigheid. Burgers moeten aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid, op fatsoen en zorgvuldigheid; oneigenlijk gebruik en misbruik moeten worden bestreden.

3.2.12    cultuur, wetenschap en technologie

Wetenschap en cultuur hebben een waarde in zichzelf. Deze staat los van hun economische betekenis. Daarom is de bescherming van onafhankelijkheid en pluriformiteit van kunst en wetenschap cruciaal. Wetenschap is echter óók van belang voor de economie en voor het oplossen van ingewikkelde vraagstukken. Dat betekent dat nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen wel ten goede moeten komen aan de hele mensheid – niet slechts aan onderzoeksfinanciers of welgestelde consumenten. Bij de ontwikkeling van de wetenschap springt de biotechnologie in het oog. Deze kan bijdragen aan de verhoging van de kwaliteit van het bestaan door de vergroting van de voedselproductie, door de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en door prenatale screening. Maar: niet alles wat kan mag en niet alles wat kan moet. Sociaal & Groen deelt de algemene afkeer van het reproductief klonen van mensen en prenatale screening moet zijn vrijwillige basis houden. Nieuwe medische technieken moeten alleen worden ingezet voor medische doelen en niet gericht worden op de wisselende voorkeuren van consumenten.

3.3     individu en maatschappij

3.3.1   samenleven

Samenleven vraagt een inspanning van iedereen. Sociaaldemocraten waarderen de sterk toegenomen mogelijkheden van individuele variatie in levensstijlen. Maar de successen van de culturele emancipatie stellen ook hoge eisen aan de inschikkelijkheid van mensen. Iedere burger hoort respectvol met anderen om te gaan. Crimineel en asociaal gedrag in de openbare ruimte, racisme en discriminatie, misbruik van sociale voorzieningen, corruptie, fraude en belastingontduiking ondermijnen de maatschappelijke solidariteit en dienen derhalve sterk te worden bestreden. Opvoeding, school, maatschappelijke ondersteuning en tenslotte het strafrecht spelen daarbij een cruciale rol.

3.3.2    een ontspannen maatschappij

Betaalde arbeid is belangrijk maar niet alles. Onderlinge zorg, vrijwilligerswerk en verenigingsleven zijn van groot belang voor onderling vertrouwen en sociale betrokkenheid. Ze vormen een informele leerschool voor burgerschap en tolerantie. Die leerschool kan alleen in stand blijven als mannen en vrouwen arbeid, zorg en studie zo kunnen organiseren dat ze ook ruimte hebben voor zichzelf, voor hun familieleden en vrienden, voor ontspanning en maatschappelijke activiteiten.

3.3.3    burgerschap

Juist in een maatschappij met steeds meer zelfredzame en geëmancipeerde burgers van zeer uiteenlopende achtergrond is het belangrijk dat mensen met onderlinge verschillen om kunnen gaan. Wie naar meningsverschillen weet te luisteren en daarmee ook om kan gaan bindt een moderne gemeenschap effectiever dan wie streeft naar gedeelde opvattingen over wat hoort en niet hoort. In de opvoeding en het onderwijs wordt de basis gelegd voor zo’n modern burgerschap: het creëren van een besef van een gezamenlijke toekomst is daarbij essentieel. Onderwijs heeft mede ten doel om jongeren begrip en respect voor anderen bij te brengen.

3.3.4    immigratie en integratie

Nederland is een immigratieland geworden. De culturele en etnische diversiteit is een blijvend kenmerk van onze samenleving. Een open economie als de Nederlandse kan ook niet zonder de komst van creatief of werkend talent. Nederland dient altijd open te staan voor het opnemen van politieke vluchtelingen. Tegelijk is het zo dat geen enkele maatschappij, ook Nederland niet, een ongelimiteerd absorptievermogen heeft. Eisen zijn dus logisch, bij binnenkomst en bij vestiging. Van alle burgers, inclusief immigranten, wordt daarom verwacht dat zij de waarden van de democratische rechtsstaat respecteren en dat zij een bijdrage leveren aan de samenleving, waar mogelijk met zowel betaalde arbeid als met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Alle burgers, inclusief immigranten, mogen rekenen op vrijwaring van discriminatie en op een respectvolle behandeling van culturele en religieuze uitingen die vallen binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Respect voor de geloofsvrijheid van anderen, acceptatie dat mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s, in Nederland gelijke rechten hebben en het recht op geloofsafval horen daar ook bij. Wie zich bij zijn of haar emancipatie belemmerd weet door de druk van familie, traditie of religie verdient onvoorwaardelijke steun.

3.3.5    racisme

In een fatsoenlijke samenleving met respect en waardering voor onze verschillen en met focus op wat ons bindt is geen plaats is voor welke vorm van racisme dan ook.
De strijd voor raciale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid kunnen we niet alleen voeren. Dat vraagt om internationale solidariteit. Solidariteit is onze kracht in de strijd voor klimaatrechtvaardigheid, voor zelfbeschikking van volkeren en tegen racisme en LHBTQI.

3.4      democratie en rechtsstaat

3.4.1   de democratische rechtsstaat

Een fatsoenlijk bestaan is alleen mogelijk binnen een democratische rechtsstaat. Daarin staat veiligheid in dienst van de democratie en is de burger beschermd tegen willekeur van de macht. Dit uitgangspunt dient overeind te blijven wanneer bescherming van de privacy en de inperking daarvan ten behoeve van de veiligheid van de burgers tegen elkaar moeten worden afgewogen. Wisseling van de macht komt in de democratische rechtsstaat vreedzaam tot stand. Het bestuur is in een grootschalige maatschappij noodzakelijkerwijze getrapt. Dat dient de effectiviteit en de democratie. Beslissingen worden hierin op een zo laag mogelijk niveau genomen, opdat de burger zoveel mogelijk gehoor vindt. Het is aan pleitbezorgers van meer gecentraliseerd bestuur hun gelijk aan te tonen.

3.4.2    de representatieve democratie

Alle politieke macht moet gebaseerd zijn op een mandaat van kiezers. Politieke macht vraagt om publieke controle en verantwoording. Volksvertegenwoordigers moeten het vertrouwen in het bestuur op kunnen zeggen. Steeds meer politieke macht wordt echter zonder directe betrokkenheid van de vertegenwoordigende democratie uitgeoefend: bijvoorbeeld door ambtenaren, beroepsorganisaties en belangengroepen, woningbouwcorporaties en schoolbesturen, niet-gouvernementele organisaties en internationale instellingen. Toch is ook hier evenredige belangenbehartiging, publieke verantwoording en openbaarheid van belang. Bij de organisatie daarvan hebben volksvertegenwoordigingen een leidende rol.

3.4.3    de veelzijdige democratie

Steeds vaker zijn burgers in staat om zich zelfstandig te organiseren, te manifesteren en langs nieuwe wegen te bouwen aan de maatschappij. Sommige burgers hebben daartoe echter meer mogelijkheden dan anderen. Om te voorkomen dat de rijkste en best georganiseerde belangen een onevenredige invloed hebben in de politiek dient het beginsel van één persoon, één stem de basis te blijven voor elke vorm van politieke machtsuitoefening. In aanvulling daarop dienen nieuwe vormen van burgerbestuur, -participatie en -consultatie te worden gestimuleerd met als doel de burger meer invloed te geven over domeinen waar deze zelf bij betrokken is.

 

Geef een antwoord