criminaliteit: causaal verband met arbeidsparticipatie en scholing

Onderzoeken tonen keer op keer aan dat er een duidelijk causaal verband is tussen werkloosheid en criminaliteit. Ook scholing speelt een belangrijke rol. Sommige onderzoeken tonen aan dat er geen verband is tussen allochtonen en criminaliteit.

 

“Armoede is het grootste kwaad en de ergste misdaad”

George Bernard Shaw

criminaliteit door onbalans
veiligheid
de feiten

De meest uiteenlopende (wetenschappelijke) onderzoekers, zoals bijvoorbeeld Juliaan van Acker (Emeritus professor Radboud University Nijmegen), Janna Verbruggen (afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) in haar rapport “Effecten van uitkering op criminaliteit”, het CPB en het SCP, komen tot dezelfde conclusie.
​Alle studies over de relatie tussen arbeidsparticipatie en criminaliteit komen in grote lijnen tot de conclusie: het ontvangen van een uitkering, laag inkomen of werkeloosheid zijn regelrecht verbonden met crimineel gedrag. Het hebben van werk heeft een nog sterker effect op criminaliteit dan het ontvangen van een uitkering.

Sociaal & Groen wil op basis van onderzoek structureel delinquent gedrag terugdringen door o.a. het scheppen van banen. Tevens zullen de uitkeringen omhoog moeten. Dit sluit naadloos aan bij het streven van Sociaal & Groen voor invoering van het basisinkomen, waarbij enerzijds het psychologische effect van uitsluiting (werkeloos) of exceptie verdwijnt en anderzijds, door de verwachting dat door het basisinkomen mensen (meer) part-time zullen gaan werken, er meer banen vrij komen.

straffen moet, serieus werk van opsporing

Mensen die de wet bewust overtreden moeten worden gestraft. Ter voorkoming van recidive moet er tijdens uitzitting van gevangenisstraf veel aandacht zijn voor hun terugkeer naar de maatschappij. Daar hoort onder meer bij de aanpak van verslaving en psychosociale problemen. Een deel van de straf moet, indien dat mogelijk is, bestaan uit het verplicht verrichten van (maatschappelijk) werk, bij hoge voorkeur in de sector waarbinnen het delict zich heeft voorgedaan, indien hiervan een therapeutische werking wordt verwacht. Wat gevangenen met dat werk verdienen kan deels opzij gezet worden voor de slachtoffers van hun misdrijven.
Het opsporingsbeleid moet worden hervormd. Van alle delicten wordt slechts 15% opgelost waarvan ook nog een groot deel toeval is, terwijl dat in Duitsland rond de 50% wordt opgelost.

​Sociaal & Groen wil dat gedetineerden een deel van hun straf een taakstraf krijgen bij voorkeur in de sector waarbinnen zij het delict hebben begaan, indien hier een therapeutische werking van verwacht kan worden.  De politie moet worden omgevormd van een geüniformeerd staatsincasso-bureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie waarbij een oplossingspercentage van minimaal 60% een vereiste wordt.

 

 

middelgrote versie
causaal verband werkloosheid, scholing en criminaliteit

Criminaliteit is een van de permanente onderwerpen in de politiek, crimineel gedrag is immers zo oud als de mensheid.
De neoliberale-rechts populistische repressieve politiek van de afgelopen decennia is in grote lijnen te definiëren als een bestraffingsbeleid, gebaseerd op de overtuiging dat hoe zwaarder de straf is,  hoe minder criminaliteit we hebben. Vreemd genoeg is dit (volledig) in strijd met de overweldigende stapel publicaties van wetenschappers op dit gebied, die in een geheel andere richting wijzen, zoals sociale achterstand en armoede.

Wetenschappelijk onderzoek (Marion van San, Arjen Leerkens, 2001) van de universiteiten van Leuven en Gent toont aan dat er geen verband is tussen allochtonen en criminaliteit.
​Wel is er een duidelijk verband tussen werkloosheid en criminaliteit.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in The British Journal of Criminology.

Juliaan van Acker (Emeritus professor Radboud University Nijmegen) schrijft over armoede en criminaliteit:
“De criminaliteit kan gevoelig dalen als we er in slagen het aantal gezinnen waar de kinderen worden verwaarloosd of mishandeld te verminderen. Aangezien verwaarlozing en mishandeling in sterke mate in verband staan met armoede zou armoedebestrijding voorrang moeten hebben. Het stimuleren van economische groei zal echter niet tot de gewenste effecten leiden als de meest kwetsbare gezinnen niet worden bereikt. Dit zijn vooral gezinnen waar de ouder langdurig werkloos is en waar ook veel sociale stress is door het ontbreken van een ondersteunende partner, door depressiviteit en sociaal isolement. Er is dus meer nodig dan economische groei. De ouders van deze gezinnen moeten werk kunnen vinden zonder dat de kwaliteit van de zorg voor de kinderen erop achteruit gaat.”

Ook Janna Verbruggen (afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) komt in haar promotieonderzoek “effecten van uitkering op criminaliteit” naar de relatie tussen werk en criminaliteit tot eenzelfde conclusie:
​”Mensen die niet in staat zijn om zichzelf financieel te onderhouden worden van een minimum inkomen voorzien. Een voorbeeld van zo’n kwetsbare groep, is de groep jongvolwassenen die tijdens hun adolescentie vanwege ernstig probleemgedrag in een justitiële jeugdinrichting geplaatst worden. Deze jongeren kunnen problemen ondervinden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat ze vaak laag opgeleid zijn, last hebben van psychische of psychiatrische problemen en een strafblad hebben. Deze factoren vergroten bovendien de kans dat deze jongeren hun criminele gedrag voortzetten in de volwassenheid.
Eerdere studies laten zien dat wanneer probleemjongeren werk vinden, hun criminele gedrag afneemt. Er wordt gedacht dat dit komt doordat men met werk een inkomen verdient, waardoor het niet langer nodig is om via criminele activiteiten aan geld te komen. Maar werk is mogelijk meer dan alleen een bron van inkomsten. Werk kan ook andere positieve veranderingen teweeg brengen, zoals een verantwoordelijkheidsgevoel, toenemende competentie en het gevoel nuttig te zijn. Hierdoor gaat iemand zich verbonden voelen met zijn of haar werk, met andere woorden: men bouwt ‘sociaal kapitaal’ op. Hoe meer sociaal kapitaal iemand heeft, des te minder hij of zij dat op het spel zou willen zetten door criminaliteit te plegen.”

Alle studies over de relatie tussen arbeidsparticipatie en criminaliteit tonen in grote lijnen hetzelfde aan: het ontvangen van een uitkering, laag inkomen of werkeloosheid zijn regelrecht verbonden met crimineel gedrag. Het hebben van werk heeft een nog sterker effect op criminaliteit dan het ontvangen van een uitkering.
Sociaal & Groen wil op basis van onderzoek structureel delinquent gedrag terugdringen door 3 maatregelen: het scheppen van banen, verhogen van uitkeringen en bieden van (aangepast) onderwijs. Dit sluit naadloos aan bij het streven van Sociaal & Groen voor invoering van het basisinkomen, waarbij enerzijds het psychologische effect van uitsluiting (werkeloos) of exceptie verdwijnt en anderzijds, door de verwachting dat door het basisinkomen mensen (meer) part-time zullen gaan werken, er meer banen vrij komen en een grootschalig investeringsproject waar laag opgeleiden en werkelozen aan mee kunnen doen.
Mocht dit niet voldoende zijn zal de overheid speciale arbeidsprojecten moeten starten toegespitst op de doelgroep(en). ​

straffen moet, serieus werk van opsporing

Mensen die de wet bewust overtreden moeten worden gestraft. Ter voorkoming van recidive moet er tijdens uitzitting van gevangenisstraf veel aandacht zijn voor hun terugkeer naar de maatschappij. Daar hoort onder meer bij de aanpak van verslaving en psychosociale problemen. Een deel van de straf moet, indien dat mogelijk is, bestaan uit het verplicht verrichten van (maatschappelijk) werk, bij hoge voorkeur in de sector waarbinnen het delict zich heeft voorgedaan, indien hiervan een therapeutische werking verwacht wordt. Wat gevangenen met dat werk verdienen kan deels opzij gezet worden voor de slachtoffers van hun misdrijven.
Het opsporingsbeleid moet worden hervormd. Van alle delicten wordt slechts 15% opgelost waarvan ook nog een groot deel toeval is, terwijl dat in Duitsland rond de 50% wordt opgelost.
De politie moet daarom worden omgevormd van een geüniformeerd staatsincasso-bureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie. ​

Sociaal & Groen wil dat gedetineerden een deel van hun straf verplicht werkzaamheden verrichten in de sector waarbinnen zij het delict zijn begaan, indien hier een therapeutische werking van verwacht wordt. De politie moet worden omgevormd van een geüniformeerd staatsincassobureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie waarbij een oplossingspercentage van minimaal 60% een vereiste wordt.

 

uitgebreide versie
rechts bestraft graag, links voorkomt liever

Criminaliteit is een van de permanente onderwerpen in de politiek, crimineel gedrag is immers zo oud als de mensheid.
De neo-liberale/rechts populistische repressieve politiek van de afgelopen decennia is in grote lijnen te definiëren als een bestraffingsbeleid, gebaseerd op de overtuiging dat hoe zwaarder de straf is, hoe minder criminaliteit we hebben. Vreemd genoeg is dit (volledig) in strijd met de overweldigende stapel publicaties van wetenschappers op dit gebied, die in een geheel andere richting wijzen, zoals sociale achterstand en armoede. ​
Het verschil is eigenlijk dat rechts beleid het accent legt op de gevolgen van criminaliteit, terwijl de wetenschappers meer gericht zijn op de oorzaken en de bestrijding daarvan.

causaal verband werkloosheid en criminaliteit

​Wetenschappelijk onderzoek bewijst dat ongunstige economische en/of sociale omstandigheden op indirecte wijze een invloed hebben op crimineel gedrag.
​Economische stress is er bijvoorbeeld oorzaak van dat ouders minder toezicht houden op hun kinderen, of de ouders treden hardvochtig op, ze zijn minder consequent en de hechting tussen ouder en kind wordt er ongunstig door beïnvloed.
Wat wordt bedoeld met economische stress: dit is een psychologische toestand voortkomend uit een vermoedelijk verband tussen factoren zoals werkloosheid en armoede en de motivatie van het individu om een misdrijf te plegen.

(wetenschappelijke) onderzoeken en rapporten

​Wetenschappelijk onderzoek (Marion van San, Arjen Leerkens, 2001) van de universiteiten van Leuven en Gent toont aan dat er geen verband is tussen allochtonen en criminaliteit.
​Wel is er een duidelijk verband tussen werkloosheid en criminaliteit.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in The British Journal of Criminology.

Juliaan van Acker (Emeritus professor Radboud University Nijmegen) schrijft over armoede en criminaliteit:
“De criminaliteit kan gevoelig dalen als we er in slagen het aantal gezinnen waar de kinderen worden verwaarloosd of mishandeld te verminderen. Aangezien verwaarlozing en mishandeling in sterke mate in verband staan met armoede zou armoedebestrijding voorrang moeten hebben. Het stimuleren van economische groei zal echter niet tot de gewenste effecten leiden als de meest kwetsbare gezinnen niet worden bereikt. Dit zijn vooral gezinnen waar de ouder langdurig werkloos is en waar ook veel sociale stress is door het ontbreken van een ondersteunende partner, door depressiviteit en sociaal isolement. Er is dus meer nodig dan economische groei. De ouders van deze gezinnen moeten werk kunnen vinden zonder dat de kwaliteit van de zorg voor de kinderen erop achteruit gaat.”

Ook Janna Verbruggen (afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) komt in haar promotieonderzoek “effecten van uitkering op criminaliteit” naar de relatie tussen werk en criminaliteit tot eenzelfde conclusie:
​”Mensen die niet in staat zijn om zichzelf financieel te onderhouden worden van een minimum inkomen voorzien. Een voorbeeld van zo’n kwetsbare groep, is de groep jongvolwassenen die tijdens hun adolescentie vanwege ernstig probleemgedrag in een justitiële jeugdinrichting geplaatst worden. Deze jongeren kunnen problemen ondervinden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat ze vaak laag opgeleid zijn, last hebben van psychische of psychiatrische problemen en een strafblad hebben. Deze factoren vergroten bovendien de kans dat deze jongeren hun criminele gedrag voortzetten in de volwassenheid.
Eerdere studies laten zien dat wanneer probleemjongeren werk vinden, hun criminele gedrag afneemt. Er wordt gedacht dat dit komt doordat men met werk een inkomen verdient, waardoor het niet langer nodig is om via criminele activiteiten aan geld te komen. Maar werk is mogelijk meer dan alleen een bron van inkomsten. Werk kan ook andere positieve veranderingen teweeg brengen, zoals een verantwoordelijkheidsgevoel, toenemende competentie en het gevoel nuttig te zijn. Hierdoor gaat iemand zich verbonden voelen met zijn of haar werk, met andere woorden: men bouwt ‘sociaal kapitaal’ op. Hoe meer sociaal kapitaal iemand heeft, des te minder hij of zij dat op het spel zou willen zetten door criminaliteit te plegen.”

Tanja Traag en Olivier Marie komen in hun rapport “Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie” tot dezelfde conclusie als alle andere onderzoekers: niet-onderwijsvolgende jongeren zonder startkwalificatie zijn vaker werkloos én komen vaker in aanraking met de politie.

Ook het CBP komt met dezelfde cijfers: ruim een op de tien werkloze voortijdig schoolverlaters zijn verdacht van een misdrijf.

Het SCP (Sociaal en Cultureeel Planbureau) concludeert en een rapport dat criminaliteit en de hoge jeugdwerkloosheid de grootste problemen zijn voor de integratie in Nederland. Van alle jongens van Marokkaanse afkomst is tweederde tussen hun twaalfde en drieëntwintigste wel eens aangehouden omdat ze verdacht werden van een strafbaar feit. Dit geldt voor meer dan de helft van de Antilliaans-Nederlandse jongens en voor een kwart van autochtone jongens (cijfers uit 2009).
Gezegd moet worden dat aanhouden iets anders is dan veroordelen. Het is mogelijk dat jongens met een donker uiterlijk eerder worden aangehouden dan een autochtoon ogende jongen. In 2009 werd bijna twintig procent van mannen van Marokkaanse afkomst tussen 18 en 24 jaar verdacht van een misdrijf, en dertien procent van de Antilliaanse mannen. Van de minderjarige Marokkaans-Nederlandse jongens (12-17 jaar) werd in 2009 dertien procent verdacht.
Vrouwen worden veel minder vaak verdacht van het plegen van een misdrijf. Alleen vrouwen van Antilliaanse afkomst springen er in negatief opzicht uit.
Marokkaans Nederlandse jongens stoppen meestal met hun criminele gedrag ergens tussen hun twintigste en dertigste. Niets werkt zo goed tegen criminaliteit dan trouwen, een kind en een baan, zo blijkt.
Een andere punt van zorg is de stijgende werkloosheid die onder niet-westerse migranten sneller oploopt dan onder autochtonen: 23 procent van de niet-westerse jongeren (15 -24 jaar) is werkloos tegen tien procent van de autochtone jongeren. Ruim een kwart van de Marokkaanse en Surinaamse jongeren is werkloos.
Niet-westerse migranten zijn vaker arm, hebben gemiddeld een lager inkomen en zijn vaker afhankelijk van een uitkering en dan autochtone Nederlanders. Eind 2010 had twaalf procent van de niet-westerse migranten een bijstandsuitkering, zes maal zo veel als autochtone Nederlanders. tussen 2000 en 2009 daalde dit juist van vijftien naar tien procent. Vrouwen, ouderen (vooral eerste generatie) zijn sterker afhankelijk van een uitkering.

straffen moet, serieus werk van opsporing

​Mensen die de wet bewust overtreden moeten worden gestraft. Ter voorkoming van recidive moet er tijdens uitzitting van gevangenisstraf veel aandacht zijn voor hun terugkeer naar de maatschappij. Daar hoort onder meer bij de aanpak van verslaving en psychosociale problemen. Een deel van de straf moet, indien dat mogelijk is, bestaan uit het verplicht verrichten van (maatschappelijk) werk, bij hoge voorkeur in de sector waarbinnen het delict zich heeft voorgedaan. Wat gevangenen met dat werk verdienen kan deels opzij gezet worden voor de slachtoffers van hun misdrijven.
Het opsporingsbeleid moet worden hervormd. Van alle delicten wordt slechts 15% opgelost waarvan ook nog een groot deel toeval is, terwijl dat in Duitsland rond de 50% wordt opgelost. De politie moet daarom worden omgevormd van een geüniformeerd staatsincasso-bureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie. ​​

Sociaal & Groen wil dat gedetineerden een deel van hun straf verplicht werkzaamheden verrichten in de sector waarbinnen zij het delict zijn begaan. De politie moet worden omgevormd van een geüniformeerd staatsincassobureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie waarbij een oplossingspercentage van minimaal 60% een vereiste wordt.

 

STANDPUNTEN / VERSCHILLEN PER PARTIJ (Criminaliteit)

VVD

  • Drugscriminelen harder en creatiever aanpakken.
  • Vrijheden van jihadisten en haatpredikers beperken.
  • minimumstraffen voor georganiseerde misdaad en terroristen.
  • eerste toetsingsmoment voor vergroegde vrijlating bij levenslang pas na 25 jaar van de uitgezeten gevangenisstraf.
  • Geld dat de dader met zijn misdaad heeft verdiend, moet worden afgepakt.
  • Wij willen zwaardere straffen voor moord en doodslag;
  • Vervroegd vrijkomen mag niet meer automatisch gebeuren. We gaan regelen dat gevangenen dat moeten verdienen met goed gedrag;
  • maximaal twee jaar eerder vrijkomen.
  • criminelen niet alleen straffen, maar ook ‘plukken’

CDA

  • snelrecht ook in de wekelijkse zittingen voor reguliere delicten;
  • er moet een dubbele straf gegeven kunnen worden;
  • pakkans verhogen;
  • mogelijkheid van anonieme aangifte voor overheidspersoneel;
  • verplichte DNA afname;
  • investeren in bestrijding van internetcriminelen;
  • uitbreiden mogelijkheden voor cameratoezicht;
  • overheid mag geen sites blokkeren of informatie filteren;

PvdA

  • aandacht voor resocialisatie;
  • pakkans verhogen;
  • HALT-straf voor kinderen die internet misbruik maken;

PVV

  • minimumstraffen invoeren;
  • straffen stapelen;
  • delinquenten moeten lange dagen maken (’s ochtends vroeg naar het werk en heel laat weer terug op de cel);
  • invoeren chain gang.(“Lekker langs de weg aan het werk in een vrolijk roze pakje. Omdat veel tuig afkomstig is uit schaamteculturen hakt dat er extra in”);
  • rechters benoemen voor tien jaar;
  • nationale verkiezingen voor raadsheren van de Hoge Raad;
  • afschaffen praatpolitie, invoeren actiepolitie;
  • politiepersoneel met geitenwollensokken-mentaliteit moeten solliciteren bij een buurthuis;
  • verhoging pakkans;
  • verlagen leeftijdsgrens strafrecht van 18 naar 16 jaar;
  • registratie van nationaliteit daders van misdrijven;
  • speciale registratie (vermelding) ‘Antilliaan’;
  • bezuinigen op reclassering;
  • afschaffen taakstraffen, afschaffen vervroegde vrijlating en afschaffen TBS;
  • foto’s van misdadigers op internet;
  • iedereen overal preventief fouilleren;
  • niet-Nederlanders die een misdrijf plegen direct uit Nederland verwijderen;
  • uitgezette mensen mogen nooit meer Nederland in;
  • alle criminele Antillianen terug naar de Antillen;
  • politie uitrusten met Amerikaanse wapenstok;
  • afschaffen Europees arrestatiebevel (verbreken iedere samenwerking met Europese opsporingsinstanties);

Groenlinks

  • administratief werk politie uitbesteden aan niet-politie personeel;
  • meer vrouwelijke en allochtone agenten;
  • meer aandacht politie over zaken waar mensen last van hebben;
  • aandacht voor resocialisatie;
  • scholing en begeleiding na gevangenisstraf;
  • celdelen alleen op vrijwillige basis;

D66

  • tegen minimumstraffen;
  • bij taakstraf herstel van de aangerichte schade;
  • vergoeding van schade door daders of hun ouders moet regel zijn;
  • pakkans verhogen;
  • scholen, zorginstellingen en politie moeten nauwer samenwerken tav huiselijk geweld;
  • motief bij geweldsdelicten, zoals homofobie of racisme, registreren;
  • voorlichting (seksuele) diversiteit op scholen;
  • Openbaar Ministerie naar kerntaak; stoppen met rechtspreken;

Sociaal & Groen

  • straffen kunnen deels worden omgezet in (vrijwillige) (vak-)scholing met verlenging totale duur;
  • tegen minimum straffen;
  • bij taakstraf herstel van de aangerichte schade;
  • vergoeding van schade door daders of hun ouders moet regel zijn; wel in combinatie met werk;
  • scholen, zorginstellingen en politie moeten nauwer samenwerken tav huiselijk geweld;
  • motief bij geweldsdelicten, zoals homofobie of racisme, registreren;
  • voorlichting (seksuele) diversiteit op scholen;
  • verplichte DNA afname;
  • meer werk maken van en investeren in bestrijden van internetcriminaliteit, witwaspraktijken en de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld;
  • capaciteit bij politie en justitie moet worden uitgebreid;
  • verplichting alle aangiften in behandeling te nemen;
  • invoeren burgerrechtspraak (optioneel);
  • Openbaar Ministerie naar kerntaak; stoppen met rechtspreken;
  • omvormen politie van geüniformeerd staatsincassobureau naar een opsporings- en beschermingsorganisatie waarbij een oplossingspercentage van minimaal 60% een vereiste wordt (middelen beschikbaar voor stellen);
  • administratief werk politie uitbesteden aan niet-politie personeel;
  • meer vrouwelijke en allochtone agenten;
  • meer aandacht politie over zaken waar mensen last van hebben;
  • aandacht voor resocialisatie;
  • scholing en begeleiding na gevangenisstraf;
  • celdelen alleen op vrijwillige basis;
  • meer buurtagenten en kleinschalige politieposten;

SP

  • capaciteit bij politie en justitie moet worden uitgebreid;
  • alle aangiften moeten in behandeling worden genomen;
  • Daders moeten de schade die zij aanrichten vergoeden;
  • meer buurtagenten en kleinschalige politieposten erbij;
  • diefstal op lokaal niveau (inclusief winkelcriminaliteit), geweldsdelicten, inbraak en overlastgevende groepen krijgt prioriteit;
  • overlast en de verloedering in de buurten moet worden aangepakt;
  • Criminaliteit tegen het bedrijfsleven is een groot probleem en moet stevig worden aangepakt;
  • extra investeren in Openbaar Ministerie en het Nederlands forensisch Instituut;
  • slagkracht en de expertise van de Nederlandse politie en het magistraat moeten worden vergroot;
  • meer werk worden gemaakt van het bestrijden van internetcriminaliteit, witwaspraktijken en de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld;
  • beter begeleiden van criminelen na het uitzitten van de straf;

 

 

 

 

Geef een antwoord