onderwijs - lerarentekort en kwaliteit

Goed onderwijs: in het belang van kinderen en samenleving.

“Onderwijs is het machtigste wapen dat je kan gebruiken om de wereld te veranderen”
Nelson Mandela

“De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën”
Euclides

“Onderwijs moet niet alleen opleiden voor het werk, het moet opleiden voor het leven”
W. E. B. Du Bois

onderwijs
onderwijs
middelgrote versie

Goed onderwijs stelt (jonge) mensen in staat hun talent te ontwikkelen, te ontdekken wie ze zijn en waar hun interesses liggen. Goed onderwijs leert ook met, van en over elkaar. Goed onderwijs maakt het verschil in het leven van mensen. Wie niet kan lezen, schrijven en rekenen, heeft namelijk niet de vrijheid om zijn eigen keuzes maken. Goed onderwijs is in het belang van kinderen en samenleving. Daarom is investeren in goed onderwijs en gelijke kansen essentieel. Goed onderwijs moet ook voor iedereen beschikbaar zijn, ongeacht achtergrond of de portemonnee van ouders.

tekort en kwaliteit

Helaas gaat het met het onderwijs in Nederland door bezuinigingen van de afgelopen decennia niet goed. We zijn daardoor in een situatie gekomen van een groot tekort aan onderwijskrachten. Ook de kwaliteit van ons onderwijs is de laatste jaren schrikbarend afgenomen. Een kwart van de Nederlandse leerlingen heeft te weinig leesvaardigheid om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Anno 2020 zijn meer dan twee miljoen mensen in ons welvarende land officieel laaggeletterd. En dat wordt alleen maar erger als we niets doen aan het schreeuwende tekort aan onderwijspersoneel, met name in het basisonderwijs.

Het lerarentekort is een bedreiging voor het onderwijs. Omdat de tekorten vaak groter zijn op plekken met meer kans op leerachterstanden, zorgen de tekorten voor meer ongelijkheid. Met name in het basisonderwijs zijn de tekorten schrikbarend. Daarom wil WHD investeren in extra leraren, schoolleiders en ondersteunend onderwijspersoneel.
Voor onderwijspersoneel dat bereid is te verhuizen naar gebieden met tekorten moet een extra vergoeding gegeven worden, evenals een verhuisvergoeding. Goede schoolleiders zorgen voor beter onderwijs. WHD wil investeren in het aantrekken, opleiden, belonen en ondersteunen van schoolleiders.

ongelijke kansen, afkomst bepalend

De verschillen in het onderwijs zijn toegenomen, hardnekkiger geworden. Hoeveel kansen kinderen krijgen verschilt onacceptabel veel van school tot school. Juist de scholen met kinderen die het onderwijs het hardst nodig hebben, hebben de grootste moeite om leraren voor de klas te krijgen. Het zijn scholen waar kinderen vaak zonder ontbijt naar school gaan. Wijk, afkomst, inkomen en opleiding van je ouders worden steeds meer bepalend voor je kansen in het leven terwijl dat niets mag uitmaken.

later schooladvies

Kinderen ontwikkelen zich op verschillende manieren en in verschillende tempo’s, en beginnen niet allemaal met een gelijke start.
Dat hoeft geen probleem te zijn als je kinderen genoeg tijd en ruimte biedt om zich te ontwikkelen. In Nederland wordt echter heel vroeg geselecteerd voor het type voortgezet onderwijs, in maar liefst zeven verschillende richtingen (van praktijkonderwijs tot vwo). Al op 11-jarige leeftijd kom je zo in een hokje terecht waar ze niet makkelijk meer uitkomen. Daarmee doen we kinderen tekort. Bovendien zorgt het voor heel veel stress bij zowel kinderen als ouders. Kinderen worden op steeds jongere leeftijd naar bijles en toetstraining gestuurd uit angst dat het schooladvies te laag uitpakt. Onderwijs is veel te veel een wedstrijd geworden. Het uitstellen van het selectiemoment zorgt ervoor dat kinderen meer tijd krijgen zich te ontwikkelen. Daarom moet het keuzemoment later komen. Pas na de tweede klas van de middelbare school zou een leerling een definitief schooladvies moeten krijgen.

Nederland loopt achter

Vooral in het basisonderwijs lopen de uitgaven in Nederland ver achter op andere Westerse landen. Dat kan niet en mag niet in een rijk land als Nederland. Alle kinderen hebben recht op een goede start, het recht om mee te doen, het recht op een goede school, een goede onderwijzer of leraar en een tweede of zelfs derde kans. Ons land kan zich niet veroorloven dat talent onbenut blijft. Onderwijsinvesteringen betalen zich altijd dubbel en dwars terug.

oplossen met veld en onderwijsbonden

WHD wil, in samenwerking met de onderwijsbonden, de pijnpunten analyseren en oplossen. Zeker is dat we fors moeten investeren, met een ambitieuze agenda gericht op beter onderwijs, meer onderwijskrachten, betere salariëring en kansengelijkheid. Werken in het onderwijs moet aantrekkelijk zijn. Leraren krijgen de beloning en de ondersteuning die ze verdienen. We moeten aandacht hebben voor meer kansengelijkheid. We willen ook dat iedereen zich kan blijven ontwikkelen, ook op latere leeftijd.

Ook moet in overleg met het onderwijsveld een maximum worden vastgesteld voor het aantal leerlingen per groep/klas en moet er aandacht komen voor de voorbereidings- en correctietijd die leerkrachten nodig hebben om hun werk goed uit te kunnen oefenen.

Scholen in wijken waar meer sociale tegenstellingen zijn en of bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld, omdat ze minder mee krijgen van thuis of anderszins moeilijker mee kunnen komen, moeten extra aandacht krijgen. Dat kan door extra inzet of speciale projecten. Leraren op deze scholen die zich extra willen inzetten verdienen een extra vergoeding. Zo zorgen we ervoor dat de beste leraren voor de klassen staan die ze het hardste nodig hebben. Ook de plekken waar er meer schaarste is aan leraren, in bijvoorbeeld steden en in krimpregio’s, krijgen leraren een extra toelage.

minder mutaties

In de laatste decennia zijn er te veel mutaties doorgevoerd in het onderwijs onder de noemer onderwijsvernieuwingen of aanpassingen. Scholen waren net bezig met nieuwe richtlijnen in te voeren en de volgende wijzigingen dienden zich aan, terwijl het onderwijsveld zelf nauwelijks betrokken werd bij al die mutaties. Volgens WHD zijn de leerkrachten zelf de beste deskundigen en daarom moeten leerkrachten meer betrokken worden bij de inrichting van het onderwijs. We moeten leerkrachten de ruimte geven; het vertrouwen en de middelen aan de professionals in de sector. Door schotten en regels in te wisselen voor zeggenschap en vertrouwen.

de brede school

School, kinderopvang, buitenschoolse activiteiten en brede talentontwikkeling vormen samen brede scholen. Door naast onderwijs en kinderopvang ook vrijetijdsbesteding, ontspanning, sport en cultuur te bieden, krijgen alle kinderen de mogelijkheid zich optimaal te ontwikkelen.

 

STANDPUNTEN PARTIJEN (onderwijs)

groen= gedeeld standpunt met een of meer andere partijen.
rood = commentaar van WHD.

VVD

  • kwalificaties ‘goed’ of ‘excellent’ geven aan scholen die dat hebben verdiend;
  • individuele scholen de kans geven om nieuwe lesmethoden uit te proberen;
  • scholen krijgen meer vrijheid om zelf te kiezen welke vakken zij aanbieden;
  • leerplicht verlagen naar de leeftijd van 4 jaar;
  • goede leraren verdienen meer waardering in de vorm van een hoger salaris of een extra bonus;
  • passend onderwijs: het is de taak van de school om kinderen een individueel aanbod te doen. Strenge controle of zij dat inderdaad doen;
  • inhoud van het mbo niet meer centraal vaststellen;
  • private onderwijsinstellingen hetzelfde behandelen als mbo-scholen die betaald worden door de overheid;
  • de overheid is er alleen om cultuur te stimuleren, niet om het volledig te betalen;
  • kunstenaars moeten samenwerken met ondernemers;
  • voorstander van de Geefwet;

PVV

  • onderwijs mag uitsluitend als doel hebben de ontwikkeling tot vrijheid;
  • alles wat in het huidige onderwijs in de weg staat aan de optimale ontplooing van het kind tot een mens dat in vrijheid zijn keuzes kan maken, dient te worden opgeruimd. De aanpak daarbij moet doortastend zijn;
  • deel van de jeugd van allochtone herkomst is gevangen in onderwijs dat is besmet met het onontwikkelde wereldbeeld van uit de woestijn geplukte imams en de ideologie van madrassageleerden;
  • jeugd moet worden bevrijd van onderwijsvormen als het VMBO waar ze niets aan hebben en waar ze gillend weglopen;
  • jeugd moet worden bevrijd van slechte leraren, kwaliteitsgebrek en gebrek aan lichamelijke oefening en slechte fysieke conditie;
  • jeugd moet worden bevrijd van onderwijs dat hen oogkleppen aanlegt;
  • meer carrièreperspectief voor leraren;
  • geld vrij uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw inzetten in de sector (1,7 miljard);
  • het doorbreken van het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem van leraren;
  • Geen algehele loonsverhoging;
  • Toeslagen voor leraren die gaan werken op scholen met specifieke tekorten;
  • invoering van een Voltijdbonus: er zijn teveel parttimers in het onderwijs;
  • onderscheid invoeren in beloning voor leerkrachten in de onderbouw resp. bovenbouw in het basisonderwijs;
  • Toelatingstest PABO verplicht: Voor toelating behoort een test te worden afgenomen (onafhankelijkheid, sterk in je schoenen staan en uitstraling hebben);
  • toelatingstest voor de lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs;
  • geregeld bijscholing van onderwijzers en leraren dient verplicht te worden;
  • het bestuur van scholen in handen van ouders, leerkrachten en andere belanghebbenden;
  • afschaffen Ministerie van OCW;
  • eisen stellen aan leerlingen en ouders;
  • na twee keer zakken verplicht naar speciaal onderwijs;
  • afschaffen 1e (basisvorming) en 2e fase (studiehuis) in het middelbaar onderwijs;
  • afschaffen van de Wet regeling leerlinggebonden financiering (‘de Rugzak’;
  • verruiming van de lestijden in het primair onderwijs, twee uur langer les per dag;
  • binnen scholen mag geen andere taal dan de Nederlandse / Friese taal worden gesproken;
  • herinvoering van tuchtscholen en heropvoedingskampen voor leerlingen die een strakkere hand behoeven;
  • diploma- en sollicitatieplicht tot 23 jaar;

CDA

  • vasthouden aan vrije keuze van ouders om de school te kiezen die past bij de opvoeding;
  • verlengde brugklassen;
  • vrijstellingen, waarmee je voor kernvakken op een passend niveau eindexamen kunt doen;
  • bijles altijd via het regulier onderwijs worden geboden;

D66

    • extra onderwijsassistenten en een hoger salaris;
    • vier dagen per week gratis kinderopvang voor elk kind;
    • ieder kind krijgt een ‘rijke’ schooldag, met opvang, een gezonde lunch, sport en cultuur;
    • behoud van bibliotheken;
    • uitbreiding van de studiebeurs;
    • een vaste, hogere bijdrage én voldoende financiering voor hoogwaardig onderwijs;
    • verhogen vaste budget voor onderzoek. Toewerken naar de Lissabon-doelstelling om 3 procent van ons nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie te besteden;
    • budgetverhoging gaat direct naar universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen;
    • meer zekerheid aan universiteiten en hogescholen over hun budget;
    • einde maken aan rendementsprikkels in het mbo;
    • schoolkosten voor minderjarige mbo-studenten schrappen;
    • voor het vak burgerschap wordt op het mbo een bevoegdheid een vereiste;
    • De urennorm in mbo wordt losgelaten;
    • In sommige gevallen zijn particulier gefinancierde onderwijs- en arbeidsmarktinitiatieven nodig om tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen;
    • Ouders van jongeren die vanaf hun zestiende in het kader van een vakopleiding gaan werken, behouden de kindertoeslag;
    • tegemoetkoming van deeltijdonderwijs, het levenlangleren-krediet en de mogelijkheden voor ontwikkeladviezen;
    • verkennen hoe elk kind op de leeftijd van 16 jaar een ontwikkelingsbudget krijgt, te gebruiken voor onderwijs en in kansen op ontplooiing;
    • afschaffen maximum leeftijd voor het aangaan van een studielening;
    • iedereen mag in het werkende leven drie jaar extra gebruik maken van de studielening;

GroenLinks

  • investeren in leerkrachten en ondersteunend onderwijspersoneel;
  • verhogen aanvullende beurs en voor een bredere groep beschikbaar;
  • verhogen de salarissen;
  • drastische verlaging van de kosten van een tweede studie;
  • aanvullende beurs beschikbaar maken voor studenten met een beperking;
  • iedereen die achttien jaar wordt, krijgt een startkapitaal van 10.000 euro. Dat kan onder andere gebruikt worden voor een studie of om een bedrijfje te beginnen. Ook de ‘leenstelselgeneratie’ krijgt recht op dit kapitaal;
  • Naast startkapitaal van 10.000 euro op hun 18e (net als alle andere jongeren) krijgen studenten een studiebeurs van maximaal 400 euro per maand. (alleen voor studenten uit gezin met inkomen tot 100.000 euro per jaar);
  • stoppen toenemende selectie aan de poort bij hogescholen en universiteiten. Selectie aan de poort kan alleen bij uitzonderlijke opleidingen, zoals het conservatorium of bepaalde geneeskundestudies.
  • Bindend studieadvies en de harde knip tussen bachelor en master worden afgeschaft;
  • collegegeld omlaag;
  • Studenten met functiebeperking krijgen een aanvullende beurs;
  • aanvullende beurs wordt voor studenten met minder daadkrachtige ouders verhoogd;
  • positie van medezeggenschapsraden versterken;
  • ‘leven lang leren’ verder stimuleren;
  • verhogen aanvullende beurs en voor een bredere groep beschikbaar;
  • hogescholen en universiteiten moeten een beter aanbod ontwikkelen voor deeltijdstudies;
  • Leerkrachten in basisonderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs gaan evenveel verdienen als leerkrachten in het reguliere voortgezet onderwijs;
  • kleinere klassen;
  • alle onderwijssectoren van basis tot universitair onderwijs krijgen eigen geld voor werkdrukmiddelen;
  • studievouchers voor volwassenen zonder startkwalificatie;
  • inburgeringsstelsel moet weer publiek worden;
  • kosten voor verplichte inburgering moet overheid gaan betalen;
  • Ook mensen die niet wettelijk verplicht zijn om in te burgeren, zoals EU-burgers, gebruik laten maken van dit onderwijs, met behulp van een vorm van studiefinanciering;
  • studiebeurs uitbreiden met een jaar uit voor studenten met een beperking of die vanwege omstandigheden studievertraging oplopen;
  • basisbeurs én aanvullende beurs voor mbo-studenten blijft behouden;
  • vrij reizen voor alle studenten behouden;
  • uitwonende jongeren aanspraak laten maken op huurtoeslag;
  • Uitbreiding van het profileringsfonds;
  • betaalbaar maken van het volgen van een tweede bachelor of master;
  • acceptatieplicht voor alle scholen. (Huidige weigeringsrecht omdat ze het ‘verkeerde’ geloof aanhangen afschaffen);
  • afschaffen mogelijkheid dat scholen allerlei eisen stellen aan het privéleven van hun docenten;

PvdA

  • investeren structureel extra in leraren, schoolleiders en ondersteunend onderwijspersoneel;
  • onderwijspersoneel even goed betalen als hun collega’s in het voortgezet onderwijs;
  • kleinere klassen;
  • Scholen met veel leerlingen in achterstandswijken krijgen meer ondersteuning;
  • leraren op achterstandsscholen verdienen een betere beloning;
  • op plekken met lerarenschaarste, krijgen leraren een extra toelage;
  • oprichten van een rijksacademie voor leraren;
  • Pas na de tweede klas van de middelbare school krijgt een leerling een definitief schooladvies;
  • het Rijk betaalt de opleiding tot leraar, mits docenten daarna minstens vijf jaar in het onderwijs werkzaam zijn – vergelijkbaar met defensie en politie;
  • investeren in het aantrekken, opleiden, belonen en ondersteunen van schoolleiders;
  • sterkere positie voor de Inspectie voor het Onderwijs;
  • gratis toegang tot publiek gefinancierde kinderopvang voor alle kinderen (nul tot vier jaar);
  • kinderopvang wordt net als basisscholen een publieke voorziening zonder winstoogmerk;
  • brede scholen moeten naast onderwijs en kinderopvang ook vrijetijdsbesteding, ontspanning, sport en cultuur aanbieden;
  • maximum aan de – alleen in naam vrijwillige – ouderbijdrage;
  • Op iedere school meer ruimte voor muziek, cultuur en sport, door goed opgeleide vakleerkrachten;
  • Alle kinderen die extra onderwijs, huiswerkbegeleiding of coaching in studievaardigheden nodig hebben, moeten dat gratis via school kunnen krijgen;
  • investeren in passend onderwijs en jeugdzorg en de aansluiting tussen onderwijs en jeugdzorg verbeteren.
  • burgerschap moet belangrijker worden in het onderwijscurriculum (aanpakken van maatschappelijke problemen als racisme, discriminatie en uitsluiting);
  • Burgerschapsonderwijs wordt een belangrijker criterium bij het beoordelen van scholen door de onderwijsinspectie.
  • Pas na de tweede klas van de middelbare school krijgt een leerling een definitief schooladvies;
  • Opstromen, doorstromen, diploma’s stapelen en op latere leeftijd de opleiding vervolgen moet makkelijker worden.
  • basisbeurs weer invoeren;
  • compensatie voor de generatie die geen basisbeurs heeft gekregen;
  • opleidingen verantwoordelijk maken voor voldoende stageplaatsen;
  • perverse volumeprikkels uit de bekostiging van het hoger- en wetenschappelijk onderwijs (is doordrenkt van rendementsdenken);
  • Alle onderwijsinstellingen in het vervolgonderwijs krijgen een laagdrempelig en onafhankelijk meldpunt voor seksuele intimidatie en discriminatie;
  • De werkgever verplicht te zorgen dat werknemers scholing krijgen die zoveel mogelijk gekwalificeerd is;

SP

kleinere klassen (gemiddelde klassengrootte van 23 leerlingen per school of locatie);

WHD

  • opheffen selectie aan de poort (hogescholen en universiteiten) ter bescherming van studenten uit een laag sociaal-economisch milieu; (alleen toestaan bij uitzonderlijke opleidingen, zoals het conservatorium of bepaalde geneeskundestudies);
  • bindend studieadvies en de harde scheiding tussen bachelor en master  afschaffen;
  • ‘leven lang leren’ dient basis te zijn voor onderwijs na voortgezet c.q hoger onderwijs;
  • hogescholen en universiteiten moeten uitgebreid aanbod presenteren voor deeltijdstudies;
  • Pas na de tweede klas van de middelbare school krijgt een leerling een definitief schooladvies;
  • Kinderopvang wordt net als alle scholen een publieke voorziening zonder winstoogmerk;
  • brede scholen: naast onderwijs en kinderopvang ook vrijetijdsbesteding, ontspanning, sport en cultuur;
  • inburgeringsstelsel moet weer terug in publieke handen;
  • Opstromen, doorstromen, diploma’s stapelen en op latere leeftijd de opleiding vervolgen moet makkelijker worden;
  • de – alleen in naam vrijwillige – ouderbijdrage moet inkomensafhankelijk zijn (overheidsheffing);
  • Op iedere school meer ruimte voor muziek, cultuur en sport, door goed opgeleide vakleerkrachten;
  • Alle kinderen die extra onderwijs, huiswerkbegeleiding of coaching in studievaardigheden nodig hebben, moeten dat gratis via school kunnen krijgen;
  • investeren in passend onderwijs en jeugdzorg en de aansluiting tussen onderwijs en jeugdzorg verbeteren;
  • burgerschap moet belangrijker worden in het onderwijscurriculum (aanpakken van maatschappelijke problemen als racisme, discriminatie, pesten en uitsluiting);
  • Burgerschapsonderwijs wordt een belangrijker criterium bij het beoordelen van scholen door de onderwijsinspectie;
  • Pas na de tweede klas van de middelbare school krijgt een leerling een definitief schooladvies;

Geef een antwoord