gevangenisstraffen (vervroegde invrijheidstelling)

Volgens WHD zou niet alleen vergelding of de bestraffing een (substantiële) rol moeten spelen bij vaststelling van straffen, maar zeker ook de bescherming van de samenleving, en dat is nu eenmaal nà strafuitzitting.
Het is dit onderdeel dat vervroegde vrijlating mogelijk maakt, ter voorkoming van te ernstige beschadiging van de (ex-)gedetineerde en recidief gedrag. Vervroegde invrijheidstelling leidt ertoe dat in zijn algemeenheid straffen slechts voor ¾ hoeven te worden uitgezeten.

“Je komt niet zo maar in de gevangenis, je moet er wel wat voor doen”
Gerda I.M. Spronck

“Je zit tegenwoordig vaster in het verkeer dan in de gevangenis”
Johan Anthierens

“Straf moet zijn als sla, die meer olie dan azijn heeft”
Friedrich von Logau

“Gevangenisstraf is het laatste en minst effectieve instrument die de wetgever heeft voor het voorkomen van criminaliteit”
John Ruskin

vervroegde invrijheidstelling
veiligheid
vonnis is vonnis, straf is straf
korte versie

Als een straf is opgelegd voor een bepaalde tijd, aan de hand van de wet, en deze meestal voor slechts ¾ hoeft te worden uitgezeten, waarom wordt dat dan niet bij vonnis al op die verminderde tijd gesteld? Deze praktijk roep constant maatschappelijk onbegrip op. Het is inderdaad op het eerste gezicht vreemd als iemand niet de straf krijgt waarvoor deze is veroordeeld. Het is voor de samenleving begrijpelijker als deze ‘ingebouwde’ vermindering dan gelijk, dus bij vonnis, wordt vastgesteld.

 

middelgrote versie

Alhoewel de discussie over de effectiviteit, wenselijk- en gerechtigheid van gevangenisstraffen al 40 jaar geleden aanzwengelde, zijn rechtspopulisten er de laatste jaren in geslaagd dit vraagstuk bepaald niet onverdienstelijk in de maatschappelijke collectieve verontwaardiging en onvrede te plaatsen. In de afgelopen 30 jaar is het aantal gevangenisstraffen explosief gestegen en werden de straffen langer (“Gevangenisstraf van de toekomst” Mr. W.F. van Hattum). Rechters geven toe dat ze voor dezelfde misdaden thans zwaarder straffen dan –pakweg- 25 jaar geleden en dat louter omdat we die wens met z’n allen roepen.
Geheel volgens de definitie is de populistische stelling simpel als altijd: als er zwaarder gestraft wordt zitten criminelen langer vast en dus zijn ze langer onttrokken aan de samenleving die daardoor dan veiliger zou worden.
Als er één onderwerp is waaruit blijkt dat het (rechts-)populisme niets anders is dan de kop in het zand steken en het mobiliseren van de onwetende kiezer met door de waarheid geweld aandoende simpele kreten, is het het criminaliteitsvraagstuk wel.
Alhoewel daarvoor geen cijfers zijn kan de stelling verantwoord geponeerd worden dat er naast de medische wetenschap nauwelijks een sector is waar meer onderzoek is geweest. Daaruit komt in grote lijnen steevast hetzelfde naar voren: de geestelijke gesteldheid van mensen in detentie verandert na een aantal jaren. Het geïsoleerd zijn heeft een significante impact op hun gedrag en persoonlijkheid met als gevolg recidive-verschijnselen. Dit gedrag uit zich in stressgerelateerde klachten, opleving van psychopathologische uitingen, zoals depressie of suïcidale tendensen en daarmee ook conflicten en incidenten.

Kenmerkend eenzijdig benadrukken rechtspopulisten slechts één aspect waartoe gevangenisstraf dient: het vergeldingsaspect, terwijl ze wegkijken voor de gevolgen.
Volgens WHD zou niet alleen vergelding of de bestraffing een (substantiële) rol moeten spelen bij vaststelling van straffen, maar zeker ook de bescherming van de samenleving en dat is nu eenmaal nà uitzitting.
Het is dit onderdeel dat vervroegde vrijlating (voorwaardelijke vervroegde invrijheidstelling) mogelijk maakt, ter voorkoming van te ernstige beschadiging van de (ex-)gedetineerde en recidief gedrag. Dit leidt ertoe dat in zijn algemeenheid straffen slechts voor ¾ hoeven te worden uitgezeten (geldt voor straffen langer dan een jaar).

Toch zitten er vreemde kanten aan deze praktijk. Als het sociaal-economische welzijn van de mens in negatieve zin verandert na een aantal jaren gevangenisstraf –dat manifesteert zich tussen 3 en 6 jaar detentie-, o.a. door het perspectiefverlies, zoals bijna unaniem deskundigen kunnen aantonen, maakt ¾ van 10 of 20 jaar gevangenisstraf in die context niets meer uit. Het “kwaad”, de mentale beschadiging van opsluiting, is dan al geschiedt.
Bovendien is het voor het overgrote deel van de bevolking niet logisch. Als een straf is opgelegd voor een bepaalde tijd, aan de hand van de wet en deze meestal voor slechts ¾ hoeft te worden uitgezeten, waarom wordt dat dan niet bij vonnis al op die verminderde tijd gesteld? Het is inderdaad op het eerste gezicht vreemd als iemand niet de straf krijgt waarvoor deze is veroordeeld. Het is voor de samenleving begrijpelijker als deze ‘ingebouwde’ vermindering dan gelijk, dus bij vonnis, wordt vastgesteld.
Daarmee gaan we wel voorbij aan de periode die volgt op de vervroegde invrijheidsstelling die voorwaardelijk is en waaraan wel degelijk gedragsregels zijn verbonden, zoals een meldingsplicht, enkelband of gebiedsverbod bijvoorbeeld.
De kernvraag is eigenlijk, moeten we omwille van de helderheid en inzichtelijkheid van het strafsysteem –het zo te noemen ‘collectieve onbehangen’- het systeem veranderen, ook al is de ¾ maatregel verdedigbaar. Ontkend kan daarbij niet worden dat 75% van de veroordeelde tijd een aanzienlijke vermindering is van de opgelegde straf en dat is bij met name ernstige misdaden niet langer meer maatschappelijk verdedigbaar.

In dit laatste punt zit de onrechtvaardigheid. Een vonnis is immers een vonnis. Zo geldt de ‘¾ regel’ niet voor andere strafrechtelijke vergrijpen, zoals het overschrijden van de parkeertijd bijvoorbeeld. In Nederland zitten ca. 14.000 onschuldigen in de gevangenis vanwege een paar kilometer te hard rijden. Het is moeilijk verdedigbaar dat voor een moord, de straf dan niet geheel hoeft te worden uitgezeten, maar voor een parkeerboete wel. Dit soort rechtspraak wordt terecht als ‘de wereld op zijn kop’ ervaren.

Een beter systeem zou zijn dat de opgelegde straf de opgelegde straf blijft (dus het vonnis gewoon wordt uitgevoerd) en dat, op grond van de psychologische begeleiding en onderzoeken waaraan gedetineerden sowieso onderworpen zijn –dus tijdens de strafuitzitting- beoordeeld wordt of herintreding in de maatschappij tot recidiveren leidt. Indien dat gevaar door dezelfde deskundigen die het nu beoordelen als reëel wordt ingeschat geldt de voorwaardelijkheid dan nà uitzitting van de opgelegde straf. Voor Tbs’ers geldt een ander regime omdat tijdens de gerechtelijke procedure al de geestesgesteldheid wordt vastgesteld.

Als voorwaardelijke vervroegde invrijheidstelling een onderdeel gaat worden van de strafmaat, verandert er de facto niets of weinig, want rechters houden daarmee dan rekening.
Voor de samenleving verandert er wel wat, want de ‘gedragsregel’ ¾ wordt afgeschaft en daarmee, terecht of onterecht, een vermeende onterechte vroegtijdige vrijlating in de ogen van velen.
Daarmee wordt het door volksmenners opgeroepen beeld, dat de straffen in Nederland niks voorstellen omdat de ‘zware jongens’ er toch veel vroeger uitkomen, weggenomen, en tevens wordt er voldaan aan het rechtsgevoel van vele burgers dat iedereen zijn opgelegde straf moet uitzitten en er geen verschil meer is met andere straffen.
Voor de inschatting van het recidivegevaar en de eventueel daarop gebaseerde maatregelen verandert er dan niets.
Dit soort simpele maatregelen dragen bij aan een positiever maatschappijbeeld en daar moet hard op ingezet worden om de volksmenners, opruiers, populisten en radicalen hen de wind uit de zeilen te halen.

WHD wil dat de bij vonnis veroordeelde tijd volledig worden uitgezeten en dat, indien daartoe op grond van psychologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, een voorwaardelijke periode geldt na vrijlating. ​

 

STANDPUNTEN / VERSCHILLEN PER PARTIJ (vervroegde invrijheidstelling)

WHD
grote aandacht voor resocialisatie
​- gerichte zinvolle arbeid tijdens detentie in sector van delict
– geen bezuinigingen
– tegen privatisering justitiële inrichtingen
– politie omvormen van incassobureau naar opsporings- en beschermingsorganisatie
​- pakkans naar 60%
– vermogende criminelen niet alleen straffen maar ook ‘plukken’
– HALT-straf voor kinderen die internet misbruik maken
​- administratief werk politie uitbesteden aan niet-politie personeel
– celdelen alleen op vrijwillige basis
​- oprichting speciaal pedagogisch politie-korps (opvoedpolitie)
​- opvoeding vak voortgezet onderwijs
​- tegen minimum straffen

– vervroegde invrijheidstelling wordt onderdeel van strafperiode;

 

Geef een antwoord