kunst, cultuur en media

Het leven bestaat uit meer dan alleen werken en geld verdienen. Het voeden van de verbeelding en van de geest is net zo belangrijk. Het bevorderen en ruim baan geven aan allerlei vormen van creativiteit verrijkt ons leven, onze samenleving. Kunst en cultuur zorgen voor saamhorigheid, troost, creativiteit, inspiratie en verbeeldingskracht. Kunst is ook onthullen, het spiegelen en aanzetten tot denken. Kunst en cultuur zijn overal in ons dagelijkse leven en tegelijkertijd laat zij ons soms ontsnappen aan de alledaagsheid van het leven. Een breed aanbod van kunst en cultuur dient daarom beschikbaar en toegankelijk te zijn voor een groot publiek.

“Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk… dat is de echte werkelijkheid”
Aristoteles

“Eén van de sterkste motieven die de mens naar kunst en wetenschap leidde is de ontsnapping aan het alledaagse”
Albert Einstein

“kunst is een proces waardoor dingen tot stand komen”
Martijn Hover

kunst
kunst & cultuur
uitgebreide versie
waarde van kunst

Met het doorbreken van normen en waarden vervullen kunstenaars een belangrijke maatschappelijke functie. Kunst reageert op ontwikkelingen in de maatschappij, stelt dingen ter discussie.
In de voortsnellende ontwikkeling van de maatschappij zijn het de kunstenaars die in de voorhoede met het doorbreken van normen blikveld en denkruimte creëren.
Door het op losse schroeven zetten van vastgeroeste ideeën ontstaat er vrijheid in denken en daarmee ruimte voor nieuwe ideeën en ontwikkelingen.
Als er geen normen worden doorbroken staan ontwikkelingen stil. De abstractie (bijv. Mondriaan) is een manier om om te gaan met een steeds complexer wordende maatschappij, niet perse bewust, maar wel degelijk aanwezig in het denken van de moderne mens.

wat onmeetbaar is valt daarom ook niet in geld uit te drukken

In onze tijd heeft deze economische benadering een mateloze populariteit verworven. Op vele terreinen heeft de markt tegenwoordig het roer overgenomen van oudere waardenbepalingen, die werkten op basis van politieke, morele of religieuze gronden. Ook de kunst is aan deze beweging onderworpen. De overheid – door de eeuwen in verschillende gedaantes en vanuit wisselende motieven altijd de voornaamste bevorderaar van de kunsten in de samenleving – wil nu dat kunstenaars een ondernemershouding aannemen en meer dan ooit tevoren rekening houden met de smaak van het grote publiek. Kunstminnaars zelf zijn niet ongevoelig voor de economiseringstrend en betogen tegenwoordig nijver dat kunst niet alleen geld kost, maar ook geld oplevert. Fungeert kunst in de grote steden niet als een belangrijke aanjager van de economie? Zij lokt toeristen naar de stad, wat goed is voor de horeca. Maar een levendig kunstklimaat trekt ook een bepaald type bewoners aan, meest hoog opgeleiden, en de aanwezigheid van die hoog opgeleiden is weer voor bepaalde bedrijven, die werken met hoog opgeleiden of voor hoog opgeleiden, een argument om zich in de stad te vestigen. Zo stimuleert kunst op verschillende manieren de stedelijke bedrijvigheid.

                                  Kunst is per definitie vernieuwend, norm doorbrekend en dat spreekt aan.

 

Deze stelling kan met feiten worden onderbouwd. Het hoogst aantal bezoekers, by far, trekt een museum in Amsterdam (Rijksmuseum) en nr. 2 is ook een museum (Van Gogh museum). Van de tien best bezochte ‘attracties’ zijn er negen een museum. Kunst brengt geld binnen, daarom mag ze een samenleving ook geld kosten.

In de wereld van de beeldende kunst krijgt het begrip ‘waarde’ momenteel te veel aandacht. Kunstenaars en musea zijn de laatste decennia gecontronteerd met een gewongen zoektocht naar een antwoord op de vraag welk alternatief waardenbegrip de markt moet worden voorgehouden. De kunstenaar is gedwongen verzet te bieden tegen de dominantie van het actuele neoliberale denken waarin de geldelijke waarde van kunstwerken voorop is komen te staan. Wat is de prijs van ontroering? Of de waarde van een grensverleggende ervaring in het theater? Een hartverscheurend boek? Hoeveel is emotie waard? Wat is de waarde van een gedicht? Of van de cellosuites van Bach?  Er zijn zaken, zoals in de kunst, waarvan je nooit de absolute waarde kunt vaststellen. Dat is onmeetbaar. Wat onmeetbaar is valt daarom ook niet in geld uit te drukken. WHD wil het marktdenken daarom elimineren in de kunst.

relatie tussen kunst en markt is altijd een problematische

Verminderde subsidie van overheden duwen kunstenaars meer en meer in de richting van de markt en in die beweging worden ze gedwongen zich aan de wetten van die markt aan te passen, ook al spreekt uit hun werk nu juist de paradoxale behoefte om het tegendeel te doen, om de wetten van de markt te ontkennen of te bestrijden. Die paradox staat centraal in veel discussies van en over kunstenaars.

lijstjes

In de wereld van de kunst is het tegenwoordig bon ton om lijstjes op te stellen, om kwaliteit in te wisselen voor kwantiteit: het duurste kunstwerk op een veiling ooit, de tentoonstelling met de meeste bezoekers, de producent met de hoogste status. Cultuurpagina’s van de Nederlandse kranten staan vol verhalen over duizelingwekkend hoge opbrengsten van kunstwerken op veilingen, nieuws dat je eerder op de economiepagina’s zou mogen verwachten.
Kunstwerken krijgen op sommige geveilde kunstwerken bizar veel aandacht, simpelweg omdat er in de markt vraag is van buitengewoon kapitaalkrachtige kopers die tegenwoordig vooral afkomstig zijn uit verre oorden.
Ook de salarissen van topfunctionarissen in Nederlandse culturele instellingen worden tegenwoordig op de cultuurpagina’s gerankt.

                      als we de waarde van kunst en cultuur erkennen, is meten niet meer nodig.

cultuursector onder hetzelfde vuur

In een tijd waarin de kunst- en cultuursector grote moeite heeft zijn eigen relevantie (of nut of waarde) aan te tonen, kan niet genoeg benadrukt en uitgelegd worden hoe essentieel cultuur is voor onze samenleving.

LinC schrijft: Cultuur wordt door velen onterecht als een luxe beschouwd, een hebbedingetje voor de rijken waar de massa geen profijt van heeft. Hierbij worden vaak dezelfde eenvoudige voorbeelden opgerakeld die het goed doen in het debat. Waarom het Concertgebouworkest subsidiëren? Terwijl de zaal vol zit met pensionado’s uit Oud-Zuid? Waarom een nationaal balletgezelschap ondersteunen terwijl we net zo goed van talent uit het buitenland kunnen genieten? Dat is prijsschieten voor mensen die het debat over de waarde van cultuur liever eenvoudig en overzichtelijk houden. De waarde van cultuur en culturele processen begrijpen of uitleggen vergt immers moeite en toewijding, want culturele processen zijn eigenlijk altijd onaf en het effect ervan is vaak lastig te meten. Dat maakt het moeilijk om erover te praten en daar houden de meeste mensen niet van. Het resultaat is dat velen van mening zijn dat je geld beter aan ‘nuttige dingen’ kunt besteden dan aan cultuur, waarvan het directe nut vaak onduidelijk is.

Cultuur vervult een vaak onzichtbare sleutelrol in onze maatschappij

Cultuur manifesteert zich in veel verschillende gedaanten: in kunst, creatieve industrie, media, maar ook in politiek en samenleving. Het vervult soms een zichtbare, maar veel vaker een onzichtbare sleutelrol in onze maatschappij. Cultuur – in brede zin – is een van de bouwstenen van duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en politiek niveau. Het is daarom belangrijk dat we de waarde van cultuur niet alleen goed definiëren, maar vooral ook verankeren in onze maatschappij, zodat we die waarde niet steeds opnieuw hoeven uit te leggen. Cultuur is niet elitair en reikt veel verder dan de muren van musea en theaterzalen. Wie cultuur alleen in enge zin bekijkt, in zijn meest zichtbare en dus meest besproken verschijningsvormen, gaat voorbij aan de ware kracht ervan.

Cultuur heeft een belangrijke onderzoekende en ontwerpende functie in het vernieuwen en versterken van de samenleving. Het genereert denkkracht die onverwachte mogelijkheden en verbindingen oplevert. Cultuur zit in ons allemaal en we dragen er allen aan bij. Het vormt ons, laat zien wie we zijn, wat we delen en wat ons onderscheidt. Dat de discussie over de waarde van cultuur in de politiek blijft steken op de spanning tussen gesubsidieerde cultuur en cultureel ondernemerschap – dus op de economische waarde van cultuur – getuigt van een totaal gebrek aan interesse en visie.

Cultuur is onlosmakelijk verbonden met onze dagelijkse werkelijkheid en onmisbaar voor onze individuele en collectieve ontplooiing. Het draagt bij aan processen van verandering die invloed hebben op alle niveaus in de samenleving. Cultuur prikkelt, inspireert, creëert ruimte voor verbeelding, vormt identiteit, geeft kleur aan het leven en soms zelfs hoop. Cultuur is zo waardevol omdat het kan aanzetten tot nadenken en kritische reflectie. Soms is het de enige plek waar een samenleving een spiegel voorgehouden kan worden. Denk bijvoorbeeld aan Ai Wei Wei die via zijn kunst misstanden in de Chinese samenleving aan de kaak stelt. Zo daagt hij ons uit om na te denken over het concept ‘Made in China’ met een verzameling van miljoenen handgemaakte(!) porseleinen zonnebloempitten. Cultuur is misschien niet het antwoord op alle complexe problemen in de wereld. Maar als we cultuurmakers en cultuurconsumenten ondersteunen en verbinden, als we het vrije denken stimuleren en borgen, dan is er ruimte voor duurzame ontwikkeling die vanuit mensen zelf komt.

huidige situatie

De regelingen, zoals die nu bestaan zijn de volgende:

  1. Veel gemeenten hebben een pas waarmee korting kan worden verkregen op de toegangsprijs van musea. Deze pas is meestal ook te gebruiken voor andere activiteiten, bijvoorbeeld voor sport. Daarnaast krijgen houders van een Cultureel Jongeren Paspoort (CJP), Cultuurkaart of een Museumkaart korting of gratis toegang.
  2. Kortingspas gemeente: sommige gemeenten geven gratis toegang voor mensen met een laag inkomen. De gemeente kan ook andere voorwaarden stellen.
  3. Een Cultureel Jongeren Paspoort (CJP) is een voordeelpas voor jongeren tot 30 jaar. De pas geeft korting op allerlei culturele activiteiten, waaronder museumbezoek. Niet alle musea in Nederland geven korting of gratis toegang aan houders van een CJP.
  4. De Cultuurkaart is een culturele creditcard voor middelbare scholieren. De Cultuurkaart moet de culturele belangstelling van scholieren bevorderen. Voor iedere leerling stelt de overheid per schooljaar € 5 beschikbaar. De school draagt € 10 bij. De kaart is tegelijkertijd ook een Cultureel Jongeren Paspoort.
  5. Met een Museumkaart (was Museumjaarkaart) krijgt men gratis toegang tot meer dan 400 musea in Nederland. Stichting Museumkaart geeft de kaart uit. Dit is een ongesubsidieerde instelling die het bezoek aan de Nederlandse musea wil bevorderen.
wat wil WHD

Bovenstaande regelingen zijn weinig enthousiasmerend, zijn afhankelijk van gemeentelijke willekeur en stralen geen ambitie uit. Gebruikers zijn afhankelijk van hun gemeente. WHD wil de volgende maatregelen/voorzieningen:

a) cultuuronderwijs; dit moet een vast onderdeel worden -desnoods met uitbreiding van het aantal lesuren- op de basisscholen en het voortgezet onderwijs;

b) invoering van de nationale kunst- en cultuurpas. Deze geeft 50% korting op alle entrees van musea en culturele evenementen en 100% indien een betalende introduce wordt meegenomen. Deze pas geldt voor iedereen tot 30 jaar, mensen in de bijstand en AOW-ers met een laag pensioen;

c) naleving en onder de aandacht brengen van de Code Culturele Diversiteit;

d) (deels) door de overheid gesubsidieerde kennismakingsdagen in de kunst-, film-, cultuur-, en muzieksector. Hierbij kunnen jongeren tot 30 jaar gebruik maken van introductiedagen van instellingen op dit gebied waarbij jongeren enthousiast gemaakt worden voor het werken als kunstenaar, muzikant, acteur of schrijver;

e) alle makers van kunst en cultuur moeten zeker van een fatsoenlijk loon en een goed sociaal vangnet. Daarom wil WHD dat de Fair Practice Code nageleefd wordt (de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie);

f) betaalbare atelierruimte faciliteren en investeren in voorzieningen voor talentontwikkeling (productiehuizen en beurzen voor kunstenaars, architecten en ontwerpers);

 

3 gedachten aan “kunst en cultuur”

  1. Aafke Kelly schrijft:
    Paar kanttekeningen:
    De relatie tussen vernieuwing en het Rijksmuseum en het Van Gogh museum, kan ik niet volgen.
    Mondriaan, een kunstenaar van een eeuw geleden opvoeren als voorbeeld, zou ik niet doen. ‘Vernieuwing’ is sowieso een dubieuze term geworden, in een kunstwereld (vanaf circa 1960) waarin alle kunst mogelijk is.
    Ik zou voorstander zijn van meer subsidie naar de voorhoede van de kunst, zoals het Stedelijk in Amsterdam, Tetem in Enschede en andere podia voor hedendaagse kunstenaars, alsmede kunstenaarsinitiatieven.
    De meeste subsidie gaat nu (voorzover mij bekend) naar het Rijksmuseum, wat in feite erfgoed betreft.
    De ontwikkeling om beeldende kunst te bieden op muziekfestivals voor jongeren zou meer overheidssteun verdienen. Vooral om de makers naar behoren te kunnen betalen en een breed en jong publiek kennis te laten maken met beeldende kunst.
    De musea krijgen subsidie gerelateerd aan het bezoekersaantal, wat tot gevolg heeft gehad dat marketing leidend werd bij het tentoonstellingsbeleid. Blockbusters als publiekstrekkers (alleen betaalbaar voor de grotere musea) waar overigens grotendeels de oudere generatie mee wordt getrokken.
    De jongere generatie zoekt de kunst niet zozeer in de musea, maar eerder op de popfestivals of alternatieve podia.
    Het lijkt me ook goed om onderscheid te maken qua beleid tussen musea met erfgoed en kunstinstellingen, musea of podia die hedendaagse kunstenaars promoten.

    1. Aafke, er staat vernieuwend, norm doorbrekend. De cijfers van de twee genoemde musea tonen dat aan. Als de musea niet of vernieuwend of een norm doorbreken, zouden ze niet zullen enorme bezoekersaantallen hebben. Maar het zou inderdaad iets specifieker kunnen, tekst aangepast.

      1. Waar haal je het verband vandaan tussen de ‘enorme bezoekersaantallen’ en het ‘vernieuwend’ zijn?
        Voorzover mij bekend zijn er andere oorzaken: een nieuw gebouw trekt veel bezoekers en kleurt de cijfers (voorlopig) positief en de door jou genoemde Amsterdamse musea trekken veel toeristen.
        Het Stedelijk en het Van Abbe, bijvoorbeeld zijn qua kunst vernieuwend en trekken veel minder bezoekers dan het Rijks en het Van Gogh. Niet zo vreemd, het betreft erfgoed, wat sowieso meer met name oudere bezoekers trekt (nog los van de toeristen).
        Het Stedelijk heeft een ‘boost’ gehad, ook door het nieuwe gebouw.
        Het exra op de kaart zetten van de door jou genoemde musea, passen eerder bij ‘rechts’ dan bij ‘links’.
        Baudet hangt hetzelde gedachtengoed aan als fan van Roger Scruton, wat betreft het belang van het Rijksmuseum.
        Ik zit meer op de lijn van Maarten Doorman: minder geld naar het Rijks en meer naar het Stedelijk … dus meer prioriteit voor de hedendaagse kunst.

Geef een antwoord