Moral Trade Act: eerlijke en ethisch verantwoorde handel in ieders belang

Door een ongelijk speelveld ontstaat afhankelijkheid en slaat de uitbuiting toe als het gaat om veel derde wereld (ook wel ‘lage lonen-‘) landen. WHD wil een ethisch verantwoorde handel.

​​WHD wil daarom een EU- ‘Moral Trade Act’, waarin alle verdragen van de EU met landen buiten de EU plus alle (invoer-)heffingen herijkt worden naar ethische criteria, waarbij in de verdragen clausules worden opgenomen dat ze kunnen veranderen als de omstandigheden in het land veranderen.

”De enige raderen die de politieke economie in beweging zet zijn de hebzucht en de oorlog tussen de hebzuchtigen; de concurrentie”
Karl Marx

“De essentie van staatsmanschap is niet een rigide vasthouden aan het verleden, maar een voorzichtige en indringende zorg voor de toekomst”
Hubert Humphrey

moral trade act: ethische handel
buitenland
middelgrote versie

WHD verwerpt de gedachte dat anderen volledig zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen, als dat handelen niet onafhankelijk is. ​
Er zijn grenzen aan bepaalde vrijheden, zoals de vrijheid van handel met landen of organisaties waar de vrije meningsuiting met de dood moet worden bekocht en mensen voor 50 cent 12 uur per dag onder erbarmelijke omstandigheden moeten werken. Wij mogen niet samenwerken -of geen voorwaarden stellen- aan onze (verre) handelspartners als de door ons gekochte producten worden geproduceerd door mensen of kinderen die misbruikt worden in de meest ruime zin, of sterven van de honger, onder de noemer van vrijheid in handelen. Een land dat niet hypocriet de andere kant op kijkt stelt zichzelf vragen over verantwoordelijkheid en vrijheid en doet aan zelfreflectie: wat zijn onze verantwoordelijkheden? ​

​Door een ongelijk speelveld ontstaat afhankelijkheid en slaat de uitbuiting toe als het gaat om veel derde wereld (ook wel lage lonen-) landen.
WHD wil een ethisch verantwoorde handel.

WHD wil het handelen met landen en/of organisaties toetsen aan 3 criteria:

A) De samenlevingsorde (vrijheid, gelijkheid, democratie, milieu, positie dieren)
B) De juridische orde (rechten)
C) De economische orde (gelijk speelveld, kinderarbeid)

Moral Trade Act

​In de buitenlandse relaties sluit de EU als economisch machtsblok overal verdragen, maar een morele lijn lijkt daar niet in te zijn.
Omdat de EU niet betrokken wil zijn (en daarmee medeverantwoordelijk) met omstandigheden die bij ons verboden zijn moet de EU een aantal doelen hebben voor landen buiten zichzelf, te weten:

1. bevorderen van mens- en kinderrechten (voldoen aan UVRM/UVRK);
2. bevorderen van de zorg voor het leefmilieu;
3. bevorderen van (arbeids-)rechten en sociaal vangnet;
4. bevorderen democratie, persvrijheid en integere en onafhankelijke rechtstaat;

doel is consistent sociaal buitenlandbeleid

Het doel zal zijn een consistent buitenlandbeleid met heldere en voor alle landen gelijke criteria, en het belonen (dus geen ‘straf’) van landen door voordelen te bieden. Daarmee bevorderen we in het buitenland de mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu, en waar dit niet mogelijk blijkt betalen die landen ook een eerlijke prijs voor de schade, uitbuiting, ellende en vervuiling die ze veroorzaken (en zelfs het mogelijke concurrentievoordeel dat ze behalen door ‘vals’ te spelen, zoals India met medicijnen en China met plagiaat).

WHD wil daarom een EU- ‘Moral Trade Act’, waarin alle verdragen van de EU met landen buiten de EU plus alle (invoer-)heffingen herijkt worden naar ethische criteria, waarbij in de verdragen clausules worden opgenomen dat ze veranderen als de omstandigheden in het land veranderen.

 

uitgebreide versie
vrijheid vereist onafhankelijkheid

De benadering van Immanuel Kant, die stelt dat het karakter van wat goed en kwaad is niet afhankelijk is van de uitkomst van de daad of regel, maar van de principes van de daad of regel zelf, spreekt WHD bijzonder aan, zeker als het gaat om (internationale) handel.

De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht (Ghandi). Ons handelen mag de problemen elders in de wereld niet verder vergroten. Eerlijke handel, mededogen en duurzaamheid moeten richtinggevend zijn in het buitenlandbeleid. Mensenrechten zijn er om te worden nageleefd.
WHD verwerpt de gedachte dat anderen volledig zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen, als dat handelen niet onafhankelijk is.
Bewustzijn over vrijheid en verantwoordelijkheid raken aan de kern van ons begrip over wie de mens is en wat we van hem mogen verwachten. De urgentie van deze vragen is toegenomen doordat belangrijke problemen zich als gevolg van globalisering tegelijk op lokaal en wereldvlak afspelen. Te denken valt aan klimaatverandering, gewelddadige conflicten en aanslagen, (extreme) armoede en uitbuiting. Legitieme vragen zijn of mensen en organisaties daar verantwoordelijkheid voor dragen, en zo ja wie, waarom en in welke mate. Er zijn grenzen aan bepaalde vrijheden, zoals de vrijheid van handel met landen of organisaties waar de vrije meningsuiting met de dood moet worden bekocht en mensen voor 50 cent 12 uur per dag onder erbarmelijke omstandigheden moeten werken. Wij mogen niet samenwerken -of geen voorwaarden stellen- aan onze (verre) handelspartners als de door ons gekochte producten worden geproduceerd door mensen of kinderen die misbruikt worden in de meest ruime zin, of sterven van de honger, onder de noemer van vrijheid in handelen? Een land dat niet hypocriet de andere kant op kijkt stelt zichzelf de vraag over verantwoordelijkheid en vrijheid en doet aan zelfreflectie: wat zijn onze verantwoordelijkheden?

huidige amorele systeem leidt tot immorele uitkomsten

Door een ongelijk speelveld ontstaat afhankelijkheid en slaat de uitbuiting toe als het gaat om veel derde wereld (ook wel lage lonen-) landen. WHD wil een ethisch verantwoorde handel.
Ondernemingen echter werken volgens een amoreel model; een juridische constructie. Een rechtspersoon is geen natuurlijk persoon en heeft derhalve geen morele verantwoordelijkheid. Omdat het wel om mensen gaat moet daarom het winstbejag -daar waar dat de grenzen van ethisch verantwoord handelen overschrijdt- in evenwicht gebracht worden met de menselijke maat.
De “ideale” manier van handel drijven impliceert evenwichtige handelsrelaties met correcte werkomstandigheden en degelijke verloning in elke schakel van de keten. Dus ook voor de producenten in de productielanden.
Producten die we kopen in de supermarkt worden dikwijls geproduceerd in landen waar de plaatselijke wetgeving niet in voldoende sociale dekking voorziet. Gebleken is dat supermarktketens onvoldoende initiatieven nemen om een ethisch verantwoorde handel te stimuleren.
Kant blijft ons leiden met zijn categorische imperatief: een moreel geladen richtlijn die oplegt dat een handeling alleen moreel verantwoord is als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

1. Gedraag je zodanig dat je handelingen overeenkomstig universele richtlijnen zijn;
2. Je daden zijn onderdeel van de ideale samenleving, waar je ook zelf onderdeel van uit wil maken en waarin je soeverein bent;
3. Je behandelt een ander en jezelf als doel en niet als middel;
4. De rechten van minderheden zijn gerespecteerd;

WHD wil het handelen met landen en/of organisaties toetsen aan 3 criteria:

A) De samenlevingsorde (vrijheid, gelijkheid, democratie, milieu, positie dieren)
B) De juridische orde (rechten)
C) De economische orde (gelijk speelveld, kinderarbeid)

Ketens oefenen weleens druk uit op hun leveranciers door hoge eisen te stellen wat betreft prijs, kwaliteit en kwantiteit. Ook leverings- en betaaltermijnen worden gebruikt om leveranciers onder druk te zetten. Dat eist zijn tol, want leveranciers onder druk zetten arbeiders of zelfs kinderen onder druk. In dat geval moet het betrokken land of organisatie dat in het WHD voorstel melden aan een EU/Nederlandse waakhond, indien dat leidt tot onacceptabele werkomstandigheden en rechtsongelijkheid.
De overtuiging dat de voeding en diensten die we kopen, de rechten van de werknemers niet benadelen of schaden, is een belangrijk principe dat aan de basis van onze belofte van ethisch handel drijven ligt. Deze rechten omvatten o.a. werktijden, gezondheid en veiligheid, vrijheid van vereniging en verloning.

Moral Trade Act

In de buitenlandse relaties sluit de EU als economisch machtsblok overal verdragen, maar een morele lijn lijkt daar niet in te zijn.
Omdat de EU niet betrokken wil zijn (en daarmee medeverantwoordelijk) met omstandigheden die bij ons verboden zijn moet de EU een aantal doelen hebben voor landen buiten zichzelf, te weten:

1. bevorderen van mens- en kinderrechten (voldoen aan UVRM/UVRK);
2. bevorderen van de zorg voor het leefmilieu;
3. bevorderen van de arbeidsrechten en sociaal vangnet;
4. bevorderen democratie, persvrijheid en integere en onafhankelijke rechtstaat;

Dit is in het belang van de mensen buiten de EU, uiteraard, maar ook in eigenbelang. Hoe beter deze condities in landen geregeld is, hoe minder dreiging van die landen uitgaat, hoe minder mensen willen vluchten uit die landen en indirect ook hoe hoger de welvaart in die landen (dus betere handel, minder vluchtelingen).
Ook het bedrijfsleven heeft belang bij uniformiteit, stabiliteit, transparantie, universele normen en een gelijk speelveld (eerlijke concurrentie). Op een rokende puinhoop is slecht handel drijven.
WHD pleit daarom voor een EU- ‘Moral Trade Act’, waarin alle verdragen van de EU met landen buiten de EU alle (invoer-)heffingen herijkt worden naar bovenstaande criteria, waarbij in de verdragen clausules wordt opgenomen dat ze veranderen naar aanleiding van de verandering in omstandigheden.

De variabelen in rechten en voordelen kunnen zijn:

1. financieel tegoed in de EU mogelijk;
2. reizen naar de EU zonder visa, (en evt. de leges en voorwaarden van zo’n visum)
3. invoeraccijnzen en de hoogte daarvan;
4. het recht om handel te drijven in een sector;
5. ontwikkelingssamenwerking;
6. landingsrechten;
7. steunfondsen;

doel is consistent en sociaal buitenlandbeleid

Het doel zal zijn een consistent buitenlandbeleid met heldere en voor alle landen gelijke criteria, en het belonen (dus geen ‘straf’) van landen door voordelen te bieden. Daarmee bevorderen we in het buitenland de mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu, en waar dit niet mogelijk blijkt betalen die landen ook een eerlijke prijs voor de schade, uitbuiting, ellende en vervuiling die ze veroorzaken (en zelfs het mogelijke concurrentievoordeel dat ze behalen door ‘vals’ te spelen, zoals India met medicijnen en China met plagiaat).
Verder zal het de angel uit veel discussies over het buitenland kunnen halen. De EU wordt nu vaak verweten met verschillende maten te meten en dat verwijt is voor een groot deel terecht. Als we alleen kijken naar de mensenrechten is het heel raar dat we bijvoorbeeld met Saudi Arabië nauwe relaties hebben, maar met Iran niet, met Israël en Turkije wel, en met Libanon veel minder.

WHD wil daarom een EU- ‘Moral Trade Act’, waarin alle verdragen van de EU met landen buiten de EU plus alle (invoer-)heffingen herijkt worden naar ethische criteria, waarbij in de verdragen clausules worden opgenomen dat ze veranderen als de omstandigheden in het land veranderen.

 

STANDPUNTEN / VERSCHILLEN PER PARTIJ (Moral Trade Act)

WHD – alle programma’s, hulp e.d. worden vervangen door één universeel voor ieder land gelijk geldend
waarderingssysteem, waarin allerlei passende voordelen worden geboden indien het land of de organisatie voldoet aan EU/internationale normen op gebied van mensenrechten, milieubescherming, democratie, vrede, rechtstaat, dierenwelzijn en sociale voorzieningen;

SP – elk jaar vijf miljard euro voor een samenwerkingsagenda, één miljard euro per jaar voor nood, zorg, jong, geld en groen.
– binnen de ontwikkelingssamenwerking wordt met één of twee landen, een intensieve relatie onderhouden;
– dynamische vriendschapsband met Afrika;

PvdA – geen standpunt, wel algemene opmerking (“Wij komen op voor de fundamentele rechten van iedereen en voor mensenrechtenactivisten die strijden tegen onderdrukking, onrecht, discriminatie en uitsluiting”.)

GroenLinks – producten die het fairtrade-keurmerk dragen vrijgesteld worden van btw en importheffingen;
– ontwikkelingslanden moeten tijdelijk hun markt kunnen afschermen van rijke landen;

D66 – geen standpunt (wel voor internationale samenwerking)
– committeert zich aan de internationale norm van 0,7% van het bruto nationaal inkomen voor
ontwikkelingssamenwerking;

VVD – minder geld besteden aan ontwikkelingshulp;
– geld moet alleen nog naar handelsprojecten;
– handel bevorderen, waarbij het Nederlandse belang in het oog wordt gehouden;
– landen belonen als ze meewerken aan de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers;

CDA – geen standpunt, wel: “mensen in ontwikkelingslanden weerbaar en zelfredzaam maken”;
– verhogen budget ontwikkelingssamenwerking;

PvdDieren – geen standpunt

Geef een antwoord