De Buurtkipperij

Het buurtei van de wijkkip

 

“wie wreed is tegenover dieren, kan geen goed mens zijn”.

A. Schopenhauer
Duits filosoof 1788-1860

 

“De betrouwbaarste maatstaf voor de beschaving bij een volk en een mens is, hoe zij de dieren beschouwen en behandelen”.

Berthold AuerbachBerthold Auerbach
Duits-Joods schrijver en dichter 1812-1882

buurtkipperij
dierenrechten . ons voedsel . samenleving . schoon en duurzaam

 

korte versie

Sociaal & Groen wil, om een aantal voordelen te behalen, wijkkippenrennen, de buurtkipperij. Dat zijn relatief kleinschalige (open) ruimten in (buiten-)wijken waar kippen in een natuurlijke omgeving onder verzorging prettig kunnen leven en de bevolking tevens kan profiteren van gezonde en diervriendelijk verkregen eieren.

De kippenfarm (of -ren) in de wijk heeft acht grote voordelen:

1) Dierenwelzijn. De kippen krijgen (eindelijk allemaal) een natuurlijke leefomgeving: vrije ruimte waar ze de hele dag vrij kunnen scharrelen.
2) Biologisch. Omdat de dieren in de vrije natuur leven hebben we geen chemische middelen meer nodig, noch om te groeien (plofkip), noch allerlei bestrijdingsmiddelen als compensatie voor een onnatuurlijke habitat.
3) Legbatterijen worden overbodig dan wel onrendabel. Doordat er grootschalig op de vrije buurtkipperij wordt ingezet tegen een lagere prijs heeft het geen zin meer legbatterijen aan te houden.
4) Kostenefficiënter. De eieren worden vanwege de zeer lage kosten goedkoper. Allerlei soorten (kracht-)voer en dergelijke kan achterwege blijven of geminimaliseerd worden. Als dat niet goedkoper blijkt wordt er op ongezonde en dieronvriendelijke kippenhouderijen extra belasting geheven ten gunste van de vrije buurtkipperij.
5) Alternatief voor pluimveeboeren. Kippenboeren die hun tijd en kunde willen steken in de buurtkipperij krijgen daarvoor betaald uit de opbrengst van de verkoop. Activa blijft in handen van de gemeenschap, huur of erfpacht is wel mogelijk.
6) de menselijke betrokkenheid met de natuur wordt gestimuleerd. Mensen – met name kinderen – worden betrokken bij de natuur, in de vorm van het in stand houden van de buurtkipperij.
De gemeente heeft daarin een actieve (toezichthoudende of coördinerende) taak.
Confrontatie met levende heeft invloed op het meer zien van kippen als levende wezens en minder als vleesproducenten waardoor mogelijk de mensheid weer een stukje dichter richting vermindering van vleesconsumptie komt.
7) Besparing op transport-, personeels- en verpakkingskosten. Die zijn er niet meer omdat de consument de eieren zelf ophaalt.
8) Socialisering. Door actieve verwerving van betrokkenheid (scholen, gepensioneerden, bejaarden) worden nieuwe contacten gelegd en wordt samengewerkt. Er wordt een zinvolle dagbesteding geleverd aan mensen met een beperking. Contacten tussen boeren en consumenten bevorderd het inzicht in elkanders belangen en motivaties.

 

Kippen in kooien is niet meer van deze tijd

 

uitgebreide versie
uitgebreide versie

Je zou het misschien niet verwachten, maar in Nederland worden nog steeds miljoenen leghennen in kooien gehouden. Deze kippen hebben nauwelijks bewegingsruimte en zien nooit daglicht. Zogeheten kooi-eieren worden niet meer verkocht in de supermarkt, maar toch kun je onbewust al snel tientallen kooi-eieren per jaar binnenkrijgen via allerlei producten waar ei in verwerkt is, zoals diepvriesmaaltijden, koekjes of kant-en-klare soep. En voedselfabrikanten hoeven niet op het etiket te vermelden wat voor soort ei ze hebben gebruikt.

Maar ook kippen houden in kooien of megastallen met nauwelijks leefruimte is niet langer acceptabel, ook al kunnen deze dieren ‘scharrelen’ omdat ze zich iets vrijer kunnen bewegen dan in de hokken van voorheen.
Het elkaar pikken kan extreme vormen aannemen ten gevolge van overbevolking of verveling. Slaat verenpikken toe in een groep, dan blijft het niet bij één dier, kippen kopiëren het gedrag massaal. Soms leidt het zelfs tot kannibalisme. Kippen kunnen elkaar zo ernstig verwonden dat de dood erop volgt.

Een belangrijke eigenschap van de gedomesticeerde kip is dat ze scharrelt. Het gedrag kenmerkt zich door nieuwsgierigheid. De grootte van een gebied waarover een toom zich verspreidt, is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel, geschikte slaapplaatsen en geschikte schuilplaatsen. Zoekend naar voedsel krabben ze de grond los en onderzoeken deze met de snavel op eetbare zaken, zoals zaden, wormpjes, insecten.
Bij voldoende voedselaanbod zijn kippen opmerkelijk honkvast en verplaatsen ze zich zelden meer dan vijftig meter van hun overnachtingsplaats. Het gebied van verwilderde kippen kan zich uitstrekken tot een halve hectare. Een ren van deze omvang met alle natuurlijke voorzieningen levert dus een natuurlijke leefomgeving op voor kippen.

kaal gepikte kippen

Kooikippen Nederland
Sinds 2012 is de zogeheten ‘legbatterij’ in Nederland verboden. Kippen in dit soort kooien hadden minder dan een A4’tje ruimte per kip. Daarna werd de ‘verrijkte kooi’ de minimum standaard. Deze is vanaf 2021 verboden. Vanaf dat moment is de ‘koloniekooi’ de wettelijk toegestane minimumstandaard. Elke kip heeft dan iets meer dan anderhalf A4’tje aan ruimte. Er zitten zo’n dertig tot zestig kippen samen. Een verschil met de verrijkte kooi is dat er zitstokken op ongelijke hoogte zijn en dat gedeeltes van de kooi zijn afgeschermd om als ‘legnest’ te dienen. Ook deze hennen zien nooit daglicht en hebben geen afleidingsmateriaal. Nederland is grootexporteur van eieren naar Duitsland, maar daar wordt het koloniekooisysteem per 2025 verboden vanwege het dierenleed. In Nederland is dat niet het geval en geldt de koloniekooi juist als minimumstandaard voor leghennen.

Eieren van kippen die in verrijkte kooi of koloniekooi-huisvesting worden gehouden, ook wel kooi-eieren genoemd, worden niet meer verkocht in de supermarkt. Kooi-eieren worden voornamelijk gebruikt voor de verwerking in voedingsproducten, zoals cake, koekjes, diepvriesmaaltijden en kant-en-klaarmaaltijden. Bij buurtsupers, toko’s en in de horeca kun je nog wel losse kooi-eieren tegenkomen. Organisatie Foodwatch, die zich inzet voor transparantie over voeding, legt uit dat ondanks het feit dat kooi-eieren in de supermarkt niet meer los verkocht worden, veel consumenten toch tientallen kooi-eieren per jaar binnenkrijgen omdat deze in allerlei voedingsproducten zijn verwerkt. Daarbij is voor de consument niet op de verpakking te zien wat voor ei er in een product verwerkt zit, omdat de fabrikant dit niet op de ingrediëntenlijst hoeft te specificeren.
Er bestaat voor de losse verkoop van eieren een ei-code; een code die op ieder ei gestempeld moet staan waaraan je kunt zien wat voor ei het is. Als die code met het cijfer 3 begint, is het een kooi-ei. Een 2 betekent dat het een scharrelei is. Een 1 staat voor een vrije-uitloop of gras-ei. En 0 wil zeggen dat het om een biologisch ei gaat. De letters ‘NL’ in de code betekent dat het ei uit Nederland afkomstig is. Die ei-code voor losse eieren is op zich helder, maar zodra er iets met een ei wordt gedaan, zoals verwerking in een product, hoeft de fabrikant niet meer aan te geven wat voor soort ei gebruikt is. Zo weet je als consument bij producten waar alleen ‘ei’ of ‘eigeel’ in de ingrediëntenlijst staat zonder verdere specificatie niet om wat voor soort ei het gaat.

Animal Rights - natuurlijk gedrag
In een reportage legt dierenrechtenorganisatie Animal Rights uit waarom kooisystemen het dierenwelzijn van leghennen aantasten. Animal Rights heeft tussen 2018 en 2020 bij verschillende pluimveehouders in Nederland met kooisystemen gefilmd met een verborgen camera. Daar is binnen de pluimveebranche veel discussie over, pluimveehouders geven aan dat dit soort acties van dierenorganisaties hen psychisch leed berokkend.
Animal Rights is er zich van bewust dat de overlast die zij veroorzaken door zonder toestemming beelden te maken natuurlijk proportioneel moet zijn met het kwaad dat zij in beeld willen brengen. Het is natuurlijk wel zo dat de veeboeren zich graag in een slachtofferrol manoeuvreren terwijl in onze opinie de dieren de echte slachtoffers zijn in het echte verhaal.

In feite zijn de verrijkte kooi en de kolonie kooi in de uitwerking nagenoeg hetzelfde. Het is dus vreemd dat alleen de verrijkte kooi verboden wordt in Nederland. Kooihuisvesting voldoet volgens Animal Rights op geen enkele wijze aan de natuurlijke behoeften van een kip, omdat ze niet kunnen rondscharrelen, fladderen, het verendek verzorgen, zonnebaden of op zoek kunnen gaan naar eten. Ook Elske de Haan, dierengedragswetenschapper aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in legkippen, stelt dat een kooisysteem kippen verhindert om hun natuurlijk gedrag te vertonen en controle uit te kunnen oefenen op hun omgeving. Volgens de Haas zou een scharrelsysteem een betere minimumstandaard zijn in het kader van dierenwelzijn, omdat kippen dan meer controle hebben op hun eigen omgeving. Ook in een scharrelsysteem zien kippen overigens nooit daglicht.

Verbod koloniekooi
De koloniekooi is vanaf 2021 de wettelijk toegestane minimumstandaard in Nederland. De vraag is of deze minimumstandaard niet ook verboden zou moeten worden. Sociaal & Groen onderschrijft het verbod op de kooihuisvesting in Nederland. Dit is absoluut geen acceptabele manier om dieren te houden en een voorbeeld van het morele failliet van de intensieve veehouderij. Als je al dieren houdt voor consumptie, dan heb je de morele verplichting goede leefomstandigheden te creëren door er simpelweg zo voor te zorgen dat het dier zich kan aanpassen aan de omgeving en zich daarbij goed kan voelen. Verder is Sociaal & Groen het met D66 eens om voedselverwerkende bedrijven en supermarkten beter te kunnen beoordelen op hoe duurzaam en diervriendelijk hun assortiment is. Het instrument dat Sociaal & Groen (evenals D66) voorstelt moet veel transparanter maken welke supermarkt echt duurzaam wordt. Je legt dit soort dieronvriendelijke producten niet in de schappen, net zomin als kinderarbeid is gebruikt om je kleding te maken.

Reactie pluimveesector
Belangenbehartigers van de pluimveehouders willen niet reageren op deze aanhoudende kritiek (bijvoorbeeld op de uitzending van Kassa hierover). Branchevereniging LTO wil niet reageren omdat de beelden van Animal Rights volgens hen illegaal zijn verkregen. De Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) sluit zich hierbij aan. Ze vinden de beelden niet representatief voor de pluimveesector en de timing van dit onderwerp is in hun ogen ongepast. Ze zeggen daarnaast dat de Nederlandse kippenhouders zich aan de wet- en regelgeving houden.

Er worden 35,2 vleeskuikens per Nederlander per jaar geslacht
In totaal komt dat neer op 58,1 kilo kip per persoon. Onder een warmtelamp kruipen de vleeskuikens uit een ei. Daarna wonen ze met honderden in een hok, twee stuks per vierkante meter. Twintig uur per dag brandt het tl-licht.
Deze vleeskuikens zijn speciaal gefokt om zo snel mogelijk te groeien. De hele dag door zijn ze aan het eten. Want hoe meer ze eten, hoe sneller ze groot genoeg zijn om door ons gegeten te worden. Na zo'n 42 dagen zijn ze aanbeland op hun slachtgewicht.

De meerderheid van de kippen leidt een plofkipbestaan
Dit klinkt als het begin van een inktzwart verhaal over de akelige omstandigheden in de vleesindustrie. In totaal leven er 97 miljoen kippen in Nederland.
Met dit voorstel van Sociaal & Groen lossen we het vleeskip-probleem niet op, maar zetten we wel een enorme stap in de diervriendelijke richting. Kip als vleesconsumptie leent zich niet voor kleinschalige buurt-aanpak.

Voorstel Sociaal & Groen: de wijkkippenren

Decennia geleden kwamen de kinderboerderijen in schwung: in of dicht bij woongebieden waar een gering aantal dieren in een redelijke vrije ruimte gezamenlijk leven, goed verzorgd worden en onder toezicht gevoerd. Kinderen hoefden niet naar een dierentuin om kennis te maken met de dieren.
Eenzelfde constructie zou met legkippen kunnen worden opgezet, met dien verstande dat het in die ‘wijkkippenren’ gaat om de dieren een vrije ruimte te geven en de eieren kunnen worden verkocht. Sociaal & Groen wil, om een aantal voordelen te behalen, wijkkippenrennen, de buurtkipperij. Dat zijn relatief kleinschalige (open) ruimten in (buiten-)wijken waar kippen in een natuurlijke omgeving onder verzorging prettig kunnen leven en de bevolking tevens kan profiteren van gezonde en diervriendelijk verkregen eieren. De opzet in wijken (toezicht, flinke vrije ruimte, beschutting en verzorging) is hetzelfde. De eigenaar/toezichthouder zou een boer kunnen zijn die zijn producten rechtstreeks aan de wijkbewoners levert.

De buurtkipperij is groen. Kippen zijn gek op groenvoer. Ze eten graag gras, maar ook groenten, fruit en kruiden. Muur, ook wel vogelmuur genoemd (in het Engels Chickenweed), is een van de favorieten van de kip. Geen wonder: behalve dat ze het lekker vinden, bevat het ook nog eens belangrijke bouwstoffen: ijzer, calcium, magnesium, kalium, kiezelzuur en vitamine C.
Kruiden planten kunnen de smakelijkheid vergroten. Daarnaast zijn ze van invloed op de gezondheid van de kip. De spijsvertering, stofwisseling en het immuunsysteem kunnen erdoor worden verbeterd. Een voorbeeld is knoflook: dit werkt tegen schadelijke darmbacteriën, het beschermt de levercellen tegen vergiftiging, het werkt tegen darmparasieten, het verhoogt de productie van spijsverteringssappen en desinfecteert de ademhalingswegen. Ook met brandnetel, lijnzaad, kamille en paardenbloem valt bij kippen heel wat eer te behalen.

De kippenren kan op open plaatsen in (buiten-)wijken worden aangelegd. Bijvoorbeeld via een buurtinitiatief, maar ook de gemeente kan het initiatief nemen. Pluimveehouders in de directe omgeving moeten erbij betrokken worden, indien mogelijk.

kinderen dichter bij natuur

Dat het werkt heeft het Hof van Delftpark met een buurtkippenhok inmiddels bewezen.
Naast de genoemde voordelen blijken er ook nog onverwachte positieve effecten. Zo kunnen bejaarden vrijwillig ingezet worden die klusjes doen waardoor er sociale contacten ontstaan en mensen een zinvol bestaan kan worden geboden.
Maar ook andere mensen – eenzamen - kunnen uit hun bubbel van zorg of sleur worden gehaald en onderdeel zijn van de maatschappij. “Mensen worden als het ware uit hun hokje gehaald, iedereen kan iets betekenen”, aldus een medewerker van de Delftse buurtkippenren.

De buurtkipperij maakt de huidige pluimveeindustrie onrendabel. De boer wordt een alternatief geboden zonder inkomstenverlies. Allen blijft de grond in principe in gemeenschapseigendom. Met de buurtkipperij zal de gehele legindrustrie mogelijk niet verdwijnen - dat hangt al van de omvang - maar er wordt wel een flinke stap in reductie gezet.

De kippenren heeft een voorbeeldfunctie in hoe we kunnen omgaan met de natuur. Om ons bewust te maken van de verantwoordelijkheid die we hebben in hoe we met ons voedsel omgaan en het creëren van biodiversiteit. In veel wijken groeit meestal naast wat bomen alleen maar gras, er groeien nauwelijks of geen bloemetje, geen fruit. In een kippenren of farm kan van alles groeien, zoals het Delftse voorbeeld aantoont. Daar gebeurt van alles. De bloesem van de fruitbomen trekken insecten aan, de kippen vinden er allerlei torretjes en spinnetjes om te eten. Door de biodiversiteit worden planten en dieren minder snel ziek. Bomen zorgen voor schaduw, anders krijgen de kippen het veel te heet. Er is een WADI (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) gegraven voor de waterverdeling bij overvloed en schaarste en zonnepanelen wekken energie. Geluidsoverlast is er niet want voor een legren is geen haan nodig. Het project is financieel zelfvoorzienend (verkoop eieren en belasting op kooi-eieren). De buurtkipperij laat zien, hoe invulling gegeven kan worden aan veel eigentijdse wensen, van dierenwelzijn tot sociale cohesie.

buurtkipperij socialiseert

De kippenfarm (of -ren) in de wijk heeft samengevat acht grote voordelen:

1) Dierenwelzijn. De kippen krijgen (eindelijk allemaal) een natuurlijke leefomgeving: vrije ruimte waar ze de hele dag vrij kunnen scharrelen.
2) Biologisch. Omdat de dieren in de vrije natuur leven hebben we geen chemische middelen meer nodig, noch om te groeien (plofkip), noch allerlei bestrijdingsmiddelen als compensatie voor een onnatuurlijke habitat.
3) Legbatterijen worden overbodig dan wel onrendabel. Doordat er grootschalig op de vrije buurtkipperij wordt ingezet tegen een lagere prijs heeft het geen zin meer legbatterijen aan te houden.
4) Kostenefficiënter. De eieren worden vanwege de zeer lage kosten goedkoper. Allerlei soorten (kracht-)voer en dergelijke kan achterwege blijven of geminimaliseerd worden. Als dat niet goedkoper blijkt wordt er op ongezonde en dieronvriendelijke kippenhouderijen extra belasting geheven ten gunste van de vrije buurtkipperij.
5) Alternatief voor pluimveeboeren. Kippenboeren die hun tijd en kunde willen steken in de buurtkipperij krijgen daarvoor betaald uit de opbrengst van de verkoop. Activa blijft in handen van de gemeenschap, huur of erfpacht is wel mogelijk.
6) De menselijke betrokkenheid met de natuur wordt gestimuleerd. Mensen – met name kinderen – worden betrokken bij de natuur, in de vorm van het in stand houden van de buurtkipperij.
De gemeente heeft daarin een actieve (toezichthoudende of coördinerende) taak.
Confrontatie met levende have heeft invloed op het meer zien van kippen als levende wezens en minder als vleesproducenten waardoor mogelijk de mensheid weer een stukje dichter richting vermindering van vleesconsumptie komt.
7) Besparing op transport-, personeels- en verpakkingskosten. Die zijn er niet meer omdat de consument de eieren zelf ophaalt.
8) Socialisering. Door actieve verwerving van betrokkenheid (scholen, gepensioneerden, bejaarden) worden nieuwe contacten gelegd en wordt samengewerkt. Er wordt een zinvolle dagbesteding geleverd aan mensen met een beperking. Contacten tussen boeren en consumenten bevorderd het inzicht in elkanders belangen en motivaties.

Bronnen: Wakker dier / Quest / Kassa (BNNVARA)

 

De biologische legpluimveehouderij als uitgangspunt

Geef een antwoord