Maatschappelijke verantwoordelijkheid

column

12 december 2022

De eerste en enige maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven is winst maken, stelt de klassieke economische theorie. En zo gaan de meeste bedrijven nog steeds te werk.
Het probleem is dat dit streven gepaard kan gaan met schade voor de samenleving. Milieubelasting is een bekend voorbeeld. In vroeger tijden, met een overzichtelijk, nationaal getint bedrijfsleven, had de overheid nog wel instrumenten om uitwassen tegen te gaan, met controle op aanbestedingen en vergunningen. Maar met de globalisering is die invloed een stuk ineffectiever geworden. Multinationals vertegenwoordigen een heuse macht die door de overheid niet zo maar kan worden genegeerd.
Bedrijven hebben in principe geen expliciete maatschappelijke verplichtingen. Dat betekent dat we niet kunnen verwachten dat b.v. Shell of Hoogovens een verzoek om wat voorzichtiger met het milieu om te gaan, hoog op de prioriteitenlijst zet. Inclusie, ook van werkers met een vlekje, evenzo. En dus is het nu al een jaar of veertig zo georganiseerd: bedrijven worden door de overheid vriendelijk verzocht ook aandacht te besteden aan maatschappelijke knelpunten en belangen. Bedrijven knikken ‘ja hoor’, formuleren mooie zinnen met ‘streven’, ‘vinden wij ook belangrijk’, ‘gaan we zeker naar kijken, beloofd’ en zowel de overheid (‘We hebben een serieus gesprek met ze gehad’, ‘We hebben ze aangesproken op hun verantwoordelijkheid’) als het bedrijfsleven gaan over tot de orde van de dag.
De denkfout zit hem natuurlijk in het feit dat aandeelhouders geen enkel belang zien in maatregelen die de winst aantasten. Daarnaast lijkt de neoliberale politiek dat gedrag te gedogen. Zij heeft haar best gedaan, het is nu aan de bedrijven zelf. Dat ‘een beroep doen op’, en het uitnodigen tot aanpassing van beleid van bedrijven en instellingen met een andere agenda heeft nog nooit gewerkt en zal nooit werken. Ja, behalve als dat direct tot een grotere winst leidt (zelden) of alleen ogenschijnlijk (greenwashing).
Willen we deze patstelling doorbreken, en dat lijkt in deze tijden een harde noodzaak, dan moet de overheid doen waarvoor ze is ingericht: de regie nemen waar zaken uit de hand lopen. Dat betekent dat bedrijven duidelijk moet worden gemaakt dat winstmaximalisatie op de traditionele wijze het bedrijf zal kunnen gaan schaden. Dat aandeelhouders moeten gaan beseffen dat hun bedrijf de koers moet aanpassen, willen zij niet de boot missen.

Dat kan alleen met een wettelijke regulering, ja, een politieke beslissing. In een artikel in de Volkskrant van 17 november stellen Claassen en Schoenmaker (Beroepsvereniging Nederlandse Economen) in dit verband voor grotere bedrijven te stimuleren een ‘maatschappelijke raad’ te installeren, die het belang van de samenleving gaat meewegen.
Of een consulent ‘Maatschappij’. Een begin, vinden ze en ze hopen dat dit tot iets leidt. (Hier zien we trouwens het misverstand weer terug: bedrijven zullen heel loyaal zo’n functionaris aanstellen die vervolgens volslagen machteloos is en vanwege het nietsdoen met een burn-out thuis komt te zitten). Maar het denken over de kwestie hebben ze niettemin op de kaart gezet.
Een wettelijke regulering dus. Hoe die er precies uit moet zien weet ik niet. Het zal van een opgelegde verantwoordelijkheid moeten komen, vastgelegd in een interne bedrijfsconstructie. Aanbestedingsbeleid, vergunningen, boetes als sanctie. Winstmaximalisatie mag, maar zal alleen onder deze voorwaarden tot succes leiden. En uiteraard zal een dergelijke (opgelegde, wettelijke) regeling alleen gelden voor de grotere bedrijven, vergelijkbaar met de verplichte ondernemingsraad. Dit alles is ingewikkeld in te voeren en bedrijven zullen steigeren. Aan de andere kant kunnen ze er ook hun voordeel mee doen. Een goed imago kan tellen. Omdenken kan leiden tot innovatie. En zelfs is een langzame draai in de kapitalistische geest denkbaar: ook andere waarden zijn het waard om voor te werken.
Deze gedachte vergt een ombouw van het traditionele kapitalistische model, maar geen verwerping. Winst maken is nog steeds mogelijk, maar alleen met respect voor de samenleving, voor de wereld. Nog beter: met een bijdrage eraan. Omdenken.
Milieu, klimaat, de tweedeling, het schiet niet op. Tijd om in te grijpen.

Deel dit artikel:

Geef een antwoord