de digitale emotiedemocratie

Zonder dat we het bij aanvang konden beseffen heeft internet onze wereld volkomen veranderd. Internet kan toegevoegd worden aan de lijst van de meest ingrijpende innovaties van de mensheid, naast bijvoorbeeld de uitvinding van het wiel en de televisie. Media had al grote gevolgen voor de politiek, internet heeft die gevolgen doen exploderen.

democratie

digitalisering democratische processen zijn onafwendbaar

In het pre-internet tijdperk waren de kranten en de radio of tv de enige manier om een groot publiek te bereiken. Vrijheid van meningsuiting gold alleen als je de redacties van de gevestigde media kon overtuigen te publiceren, praktisch bijna onmogelijk aangezien de financiers van kranten vaak (enorm) rijke mensen waren/zijn en redacties zelden te bewegen zijn tot publicatie van niet-eigen werk. Kritiek op hun bedrijfsvoering en op de verwaarlozing van de arbeider en de natuur kon zo het massapubliek moeilijk bereiken. De sociaaldemocraten zetten hun eigen publicaties ertegenover, gefinancierd door de leden of de abonnees, maar waren niet kapitaalkrachtig genoeg om een groot publiek te bereiken. Het Vrije Volk en De Waarheid hadden geen bestaansrecht meer.
Politieke uitspraken kwamen alleen via politieke partijen in de publiciteit. Jan met de pet, die wel overal een mening over had, werd desondanks niet gehoord. En daarmee kon hij leven, immers voetbal en een pilsje waren vaak van een belangrijker orde. Brood en spelen.
Maar toen kwam internet met zijn social media. De hele wereld van Jan met de pet veranderde.

Daan Rutten schrijft in Univers dat vaststaat dat burgers zich minder engageren via traditionele instituties als vakbonden en politieke partijen. De volksstem wordt in de huidige online tijd gemobiliseerd met online petities, sociale media en digitale peilingen. Volgens de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Frank Hendriks is de stemmingendemocratie in opmars en kan dit niet langer worden genegeerd.

Social media als Instagram, Twitter en Facebook maken het burgers zeer eenvoudig om collectief actie te ondernemen en een digitale stem uit te spreken. Na de moord op Anne Faber begon een moeder een petitie voor een beter rechtssysteem. Ze verzamelde honderdduizenden handtekeningen. Eerder haalden Jan Roos en Thierry Baudet genoeg handtekeningen op om, via een app, een Oekraïne-referendum te laten plaatsvinden. Vijf studenten deden hetzelfde: er kwam een referendum over de ‘sleepwet’, een wet die de overheid meer bevoegdheid geeft om data van burgers te onderscheppen.
Het proces en de uitslag van het Oekraïne-referendum was voor de regering geen onverdeeld genoegen. Hendriks denkt dat het politieke landschap onomkeerbaar veranderd is en dat een regenteske opstelling niet meer werkt: “Het zou heel goed averechts kunnen gaan werken.” Nieuwe ontwikkelingen als sociale media maken dat de digicratiedemocratie niet meer uit te poetsen valt. De regering lijkt het onwenselijk te vinden maar zal het niet tegen kunnen houden: “De geest is namelijk allang uit de fles en laat zich niet meer terugstoppen.”
Online petities en Twitter-bombardementen maken deel uit van de politieke realiteit en zijn volgens Hendriks niet meer weg te denken. Dat ze effect sorteren, is gebleken: “Kijk maar naar het voorbeeld van het rekeningrijden. De ANWB en De Telegraaf werkten samen om genoeg mensen te laten protesteren tegen de maatregel. Uiteindelijk ging het niet door.” Dat uitslagen van deze quasi-referenda nu vooral leiden tot hoofdbrekens bij politici, ligt onder andere aan de juridische status die geheel ontbreekt, zeker nu het raadgevend referendum is afgeschaft. Daarnaast speelt politieke visieloosheid een steeds grotere rol bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Zonder een fatsoenlijk geregeld systeem dat recht doet aan de moderne digitale tijd, is de kans groot dat het vacuüm wordt opgevuld met quasi-referenda van allerlei pluimage. Dit is waarschijnlijk inderdaad riskanter dan de volksstemming een redelijke en rechtmatige bedding verschaffen.

Burgerprotest in een emotiedemocratie

Facebook versus vakbond

Of niets regelen ‘’riskanter’’ is, hangt af van de totale context. Inmiddels is ook vast komen te staan dat ontevreden groepen via sociale media zelf protesten op touw zetten en dat via misinformatie, fake- newsverspreiding en complottheorieaanhangers, een weg wordt ingeslagen die inderdaad tot ernstige ontregeling van de samenleving leidt. De bestormers van het Capitool en de antivaxxers hebben dat bewezen. Niet alleen burgers kunnen met een machtig wapen, hetgeen internet nu eenmaal is, die online petities starten en zaken afdwingen, maar ook lieden die zich via sociale media helemaal niet in het publieke debat zouden mogen mengen, zoals omschreven in “Democratie; het moet niet gekker worden”. Zij, die uitsluitend destructie voor ogen hebben, zoals stromannen van Putin bijvoorbeeld. De vraag is of met de entree van de digitale wereld het poldermodel of zelfs de democratie met zijn vakbonden en ngo’s zijn langste tijd heeft gehad (De Groene Amsterdammer).

Jaap Tielbeke beschrijft in De Groene Amsterdammer een overtuigend bewijs:
Kort na de massale stakingsactie in 2012 besloot basisschoolleraar Jan van de Ven zijn lidmaatschap van de vakbond op te zeggen. Zo’n vijftigduizend onderwijzers waren bijeengekomen in de Amsterdam Arena om te protesteren tegen de bezuinigingen in het passend onderwijs. Maar aan Van de Ven was zo’n circus niet besteed. De vrolijke vakbondsprullaria, het gezellig samen liedjes zingen, het schoot hem compleet in het verkeerde keelgat. Helemaal omdat het aan inhoudelijke kritiek ontbrak. Van der Ven vond het vooral stemmingmakerij. Toch ging hij samen met zestigduizend collega’s opnieuw demonstreren. Anders dan de jaren daarvoor legde hij zijn hele ziel en zaligheid erin. Het grote verschil was dat ditmaal niet de vakbond, maar hijzelf de grote aanjager van de landelijke stakingen in het basisonderwijs was.
Een laptop met internetverbinding, veel meer had Van de Ven niet nodig om de salariskloof tussen het primair en secundair onderwijs boven aan de politieke agenda te krijgen. Hij tikte aan zijn keukentafel een vlammend opiniestuk dat hij opstuurde naar De Limburger. Zijn relaas werd veel gedeeld op sociale media en opgepikt door twee andere docenten die zijn frustraties deelden. Samen startten zij de Facebookgroep PO in Actie en binnen drie weken hadden ze meer aanhangers dan de onderwijsbond van het CNV. ‘Nu steunen ze onze actie, maar in het begin maakte het de vakbonden ontzettend nerveus’, zegt Van de Ven. “Jullie zijn toch niet van plan zelf een vakbond te worden? vroegen ze ons angstvallig.”
Inmiddels hebben meer dan 45.000 leraren zich aangesloten bij PO in Actie en heeft het kabinet 720 miljoen euro extra vrijgemaakt voor hogere lonen en een lagere werkdruk in het basisonderwijs. Een opvallend succesvol resultaat voor een initiatief dat begon bij drie meesters uit Venray, Arnhem en Amsterdam, zou je zeggen, maar Van de Ven is nog lang niet tevreden.

Volgens de actiegroep is minstens 1,4 miljard nodig. En dus werden de volgende stakingen gepland. ‘Er is een enorme actiebereidheid onder onze volgers’, zegt Van de Ven. ‘Met PO in Actie hebben we iets voor elkaar gekregen waartoe de vakbonden niet in staat zijn. We hebben hun onvermogen blootgelegd.’
Van de Ven heeft niet het onvermogen van de vakbond blootgelegd, maar de kracht van internet.

Ook Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, zag het succes van PO in Actie als een bevestiging van zijn theorie dat burgers steeds vaker zelf het heft in handen nemen: ‘Mensen zijn helemaal klaar met grote, bureaucratische organisaties’, zei hij tegen het Algemeen Dagblad.
Ik vraag mij af of deze analyse juist is. Ik ben eerder van mening dat ‘de mensen’ klaar zijn met het door bestaande organisaties gevoerde beleid, waar ze overigens zelf keer op keer voor kiezen. Zo organiseerden huisartsen zich in de actiegroep Het Roer Moet Om, uit protest tegen de verlammende bureaucratie en de macht van de zorgverzekeraars. Die zorgverzekeraars zijn inderdaad bureaucratisch, maar daar valt, gegeven hun verkregen macht, niets tegen te doen.
Dat burgers in digitale zin ‘de macht in eigen handen nemen’, is aantoonbaar. Een vijftal studenten slaagde erin om een referendum af te dwingen over de ‘sleepwet’, de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die de privacy van onschuldige Nederlanders zou schenden. En de makers van de bekroonde documentaireserie ‘Schuldig’ lanceerden in samenwerking met
De Correspondent stelde een manifest op met vijf aanbevelingen aan beleidsmakers om de schuldenproblematiek op te lossen. Hebben vakbonden en ngo’s inderdaad hun langste tijd gehad, nu burgerbewegingen met hun ongenoegen direct naar de landelijke politiek kunnen stappen?
En wat betekent dit voor de democratie?

Die laatste vraag leeft ook in Den Haag, zo bleek uit de probleemverkenning van de staatscommissie parlementair stelsel (Remkes): ‘De opkomst van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën verandert de omgeving van het parlementaire stelsel wezenlijk’, constateert de commissie. Dankzij de digitalisering is participatie laagdrempeliger (drempelloos?) en kan de politiek gemakkelijker worden bereikt. Een initiatiefnemer hoeft niet langer van deur tot deur te trekken, op straat te flyeren of samen te komen in muffige vergaderzaaltjes. Via sociale media kunnen burgers zich razendsnel organiseren om een stevig protest op touw te zetten, zoals de basisschoolleraren en huisartsen bewijzen. En op websites als petities.nl of avaaz.org (een wereldwijd campagnenetwerk dat ‘de stem van de gewone burger wil laten doorklinken in besluitvorming’), kan iedere internetgebruiker zelf een verzoekschrift starten. Een steunbetuiging is geregeld met een enkele muisklik.
Nieuwe techniek heeft het mogelijk gemaakt: iedere burger kan met een muisklik stemmen en een paar minuten later kunnen we de uitslag van 13 miljoen stemgerechtigden publiceren. De reden die een parlement noodzakelijk maakte -de representatieve vertegenwoordiging omdat we nu eenmaal niet met z’n allen in een parlement kunnen zitten- lijkt in die context achterhaald. In ieder geval in technologische zin.
Hendriks pleit niet voor een doorgeslagen systeem van directe democratie, waar over van alles en nog wat een referendum moet worden gehouden, maar wel voor een zekere mate van ‘tegendemocratie’, om met Fransman Rosanvallon te spreken. Hendriks gelooft niet dat het poldermodel in Nederland snel zal verdwijnen. Overleg en samenwerking zijn diepgeworteld.
Maar ook dat kan digitaal, denken velen.

 

jd170321

2 gedachten aan “de digitale emotiedemocratie”

  1. Ik denk dat de beste “technologische revolutie” om het internet mee te vergelijken, de uitvinding van de boekdrukkunst is. Die leidde in Europa tot een revolutie in het denken omdat kennis plotseling voor een breed publiek beschikbaar kwam. Ze ging ook in het begin gepaard met een explosie van desinformatie, die uiteindelijk bijvoorbeeld tot de heksenvervolgingen uit de 17de eeuw leidden. Ons staat dus een flinke uitdaging te wachten.

    1. Ja als beste vergelijking ben ik het daar mee eens. Maar ook als het gaat om uitvindingen die de wereld veranderden. Als social media -onderdeel van internet- de Amerikaanse president kunnen bepalen, is er wel wat gewijzigd. De boekdrukkunst hoort in ieder geval erbij, ik neem het op.

Geef een antwoord