Waarom composteerbaar plastic (nog) niet de oplossing is

schoon en duurzaam

28 november 2020

door: Hans Wetzels

Het onverwoestbare wondermateriaal plastic heeft één groot nadeel: het is onverwoestbaar. Composteerbaar plastic klinkt dan als de oplossing. Toch willen afvalbedrijven er niet aan.
In Wilp runt Attero een biogasvergister en een composteerinstallatie. Via een ingewikkeld systeem van lopende banden, zeefinstallaties, magneten en tunnels vol micro-organismen wordt het binnenkomende groente-, fruit- en tuinafval (gft) omgezet in compost. Die wordt vervolgens als bodemverbeteraar verkocht aan boeren en tuincentra.
Maar dat binnenkomende afval raakt steeds erger vervuild. Plasticafval, PET-flessen en gescheurde vuilniszakken steken uit de over het terrein verspreide hopen tuinafval. ‘Mensen gooien ov-chipkaarten, medicijnverpakkingen en zelfs autobanden in het gft,’ zegt Robert Corijn van Attero. ‘Dat is voor ons een fikse kostenpost. Op basis van de openbare aanbesteding met de gemeente mogen wij zelden binnenkomend afval weigeren. En dus worden wij opgescheept met het plasticafval van jan en alleman.’

composteerbare frietzakjes
Als oplossing heeft de verpakkingsindustrie een alternatief ontwikkeld: composteerbaar plastic- (plastics die afbreekbaar zijn in industriële installaties, maar daarbuiten niet). Als alle frietbakjes, vuilniszakken en vershoudfolies voortaan zo gemaakt worden dat ze simpelweg met het gft mee vergaan, is er ook geen vervuiling meer, is de gedachte.
Er is echter één probleem: de Nederlandse afvalbranche moet niets hebben van die composteerbare plastics. Volgens brancheorganisatie Vereniging Afvalbedrijven is het voor het milieu beter om in te zetten op verbeterde recycleerbaarheid van plastics dan op de composteerbaarheid ervan.

Vaak is het simpelweg verbranden van plastics goedkoper dan het verzamelen, scheiden en recyclen ervan.

Op dit moment wordt nog maar een klein percentage van alle plastics ook echt hergebruikt. In Europa ligt het recyclingpercentage rond de 30 procent. In China is dat 25 en in de Verenigde Staten wordt maar 9 procent van alle plastic hergebruikt. Vaak is het simpelweg verbranden van plastics goedkoper dan het verzamelen, scheiden en recyclen ervan.

niet-composteerbare lijmlagen
‘Kunststoffen die biologisch afbreken zijn voor afvalbedrijven eigenlijk niet interessant’, zegt Robert Corijn van Attero. Ze leveren geen nuttige grondstoffen op om te recyclen. Ook kunnen er niet-composteerbare lijmlagen of folies aan zijn toegevoegd.
Nog meer soorten plastic leiden tot verwarring bij consumenten en dus mogelijk tot meer vervuiling in plaats van minder, en scheidingsmachines zien het verschil niet tussen composteerbare en reguliere plastics.

‘Compost met plastic erin raak ik aan de straatstenen niet kwijt.’

De meeste afvalbedrijven nemen daarom liever geen risico en verwijderen simpelweg alle plastics uit hun gft, zegt Corijn. ‘Ik wil alles wat mijn afvalstromen kan vervuilen zo snel mogelijk weghebben. Boeren stellen steeds strengere eisen en compost met plastic erin raak ik aan de straatstenen niet kwijt. Dus helaas, de meeste afvalbedrijven smijten die zogenaamd composteerbare plastics direct de verbrandingsoven in.’

een branche vol dinosaurussen
Zonder plastic is het moderne leven niet meer voor te stellen. De eerste experimenten met kunststofproductie stammen uit de negentiende eeuw. Maar de op goedkope olie gebaseerde plastics begonnen pas echt aan hun zegetocht toen chemiereuzen na de Tweede Wereldoorlog begonnen met de grootschalige productie ervan.
Toen in 1973 de PET-fles werd geïntroduceerd, zorgde dat er in één klap voor dat alle verpakkingen voor cosmetica, vloeibare zeep, schoonmaakmiddelen en frisdrank voortaan spotgoedkoop geproduceerd konden worden. Sindsdien is de wereldwijde plasticconsumptie geëxplodeerd. Aanstekers, afwasteiltjes, laptops, telefoons en de meeste verpakkingsmaterialen zijn gemaakt van allerlei soorten plastic.
Veel voedsel wordt in de 24-uurseconomie vers gehouden door plastic omhulsels en in schoonmaakmiddelen, deodorant en tandpasta zitten microplastics verwerkt. Sinds de jaren veertig van de twintigste eeuw heeft de mensheid meer dan 8 miljard ton plastic opgesoupeerd – waarvan de helft in de afgelopen dertien jaar.
Het onverwoestbare wondermateriaal heeft echter één groot nadeel: het is onverwoestbaar. Tandenborstels, colaflessen, boterhamzakjes, vuilniszakken en rietjes moeten verbrand worden, of zijn gedoemd voor eeuwig op aarde rond te zwerven.
Plastic komt als zwerfafval in zee terecht, valt uiteen in triljoenen kleine deeltjes en hoopt onder invloed van oceaanstromingen op in gigantische mariene vuilophopingen. Ook vinden wetenschappers plasticdeeltjes in landbouwbodems die daar via compost zijn terechtkomen.

‘De afvalsector voert een ideologische strijd tegen biologisch afbreekbaar plastic omdat ze hun processen niet willen veranderen.’

Voor François de Bie, voorzitter van fabrikantenorganisatie European Bioplastics, is het dan ook onbegrijpelijk dat juist de afvalsector plasticvarianten die wél afbreken uit de winkelschappen weert.
‘Zelfs afbreekbare theezakjes proberen de afvalbedrijven op de verboden lijst te krijgen,’ beklaagt hij zich. ‘Ze vissen simpelweg alle plastics, composteerbaar of niet, uit de gft voordat het composteringsproces begint. De afvalsector voert een ideologische strijd tegen biologisch afbreekbaar plastic omdat ze hun processen niet willen veranderen. Het is een branche vol dinosaurussen en de wil om te veranderen is erg klein.’

grote zeef
Nederlandse afvalbedrijven verdienen hun geld met de verwerking van het afval dat de gemeentelijke vuilophaaldiensten verzamelen. Dat legt ze bepaald geen windeieren. Attero zet op jaarbasis 300 miljoen euro om. In 2014 deed de provincie Overijssel haar laatste aandelen in het bedrijf van de hand aan een investeringsfonds in Waterland. Dat verkocht Attero vier jaar later weer met een forse winst (750 miljoen euro) aan de Britse investeerder 3i Infrastructure en het Duitse DWS.
Het meeste geld dat binnenkomt bij Attero, komt van omringende gemeentes waarmee aanbestedingscontracten zijn gesloten. De verkoop van compost aan boeren is een veel kleinere inkomensstroom, legt Robert Corijn uit.

Organische materiaal verdwijnt voor vier weken in een industriële composteringsinstallatie en komt daar als compost weer uit.

Als een vuilniswagen zijn lading heeft gestort in Wilp, wordt eerst met een grote zeef het keukenafval gescheiden van grover tuinmateriaal. Uit het keukenafval wordt in een vergistingsinstallatie biogas geproduceerd. Het slib dat daarna overblijft, wordt weer met het tuinafval gemengd, waarna in een tunnelconstructie onkruidresten en ziektekiemen worden gedood met hoge temperaturen.
Magneten filteren vervolgens de laatste blikjes en metaal uit de plantenresten, overblijvende plasticresten worden eruit gezeefd en verbrand. Het organische materiaal verdwijnt voor vier weken in een industriële composteringsinstallatie en komt daar als compost weer uit.

wildgroei
Volgens analyses van de Vereniging Afvalbedrijven is de hoeveelheid glas, steen, rubber en plastic in het gft de afgelopen twintig jaar echter vervijfvoudigd – en de wildgroei van biologische, composteerbare of andere duurzame plasticalternatieven maakt de zaken er volgens Corijn niet duidelijker op.

‘Al het materiaal dat ons op kosten jaagt wil ik hier niet hebben, klaar. Dat geldt ook voor afbreekbaar plastic.’

Er bestaan ondertussen biologische plastics van tapiocameel, suikerbieten of maïs, sommige daarvan zijn niet geschikt om te composteren, anderen breken wel af maar worden wel geproduceerd uit aardolie. Volgens een afstudeeronderzoek uitgevoerd door een medewerker van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) blijkt dat er in veel productieketens van verpakkingen te weinig informatie-uitwisseling is (bijvoorbeeld vanwege bedrijfsgeheimen) om echt waterdichte garanties te kunnen geven over de samenstelling van biologisch afbreekbare vleeskuipjes of drinkbekers.
Ook worden er volgens Corijn wel eens folies toegevoegd aan composteerbare verpakkingen om ze waterdicht te krijgen. ‘Voor de meeste consumenten is het helemaal niet duidelijk welke verpakkingen wel en niet bij het gft mogen en dan wordt alles door elkaar gegooid,’ stelt Corijn.
‘Zo zitten wij straks met twee vervuilde afvalstromen in plaats van een. Alle materiaal dat ons op kosten jaagt wil ik hier niet hebben, klaar. Dat geldt ook voor afbreekbaar plastic. Alleen als wij nul procent fossiel plastic in onze gft binnenkrijgen, kunnen composteerbare plastics enig nut hebben, en dan alleen maar voor sommige toepassingen.’

afvalvervuiling
Samen met Rijkswaterstaat en voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal maakte de Vereniging Afvalbedrijven in juni 2020 een lijst openbaar met wat er wel en niet in de gft-bak mag: composteerbare plastics moeten gewoon bij het restafval. Volgens de afvalbranche dragen afbreekbare plastics niet bij aan de compost en is de kans op vergissingen onder consumenten en dus van verdere afvalvervuiling te groot.
Daarbij hanteren veel afvalbedrijven andere composteertijden dan is vastgelegd in de Europese norm voor afbreekbare plastics. Die stelt dat composteerbaar kunststof binnen twaalf weken voor negentig procent afgebroken moet zijn. Maar een composteringscyclus bij Attero neemt vier weken in beslag.
Corijn vindt het dan ook misleidend dat biologisch afbreekbare plastics op de markt gebracht zijn terwijl de verwerking ervan nooit is geregeld. ‘Ik wil pleiten voor een verbod op verkeerde informatie. Producenten zetten op een verpakking dat een kunststof gecomposteerd wordt. Maar het wórdt nooit gecomposteerd. Ik snap niet ze daarmee wegkomen eerlijk gezegd.’

Sommige composteerbare plastics bleken sneller af te breken dan sinaasappelschillen.

Dat laatste argument wordt echter ondergraven door nieuw onderzoek van Wageningen University & Research (WUR). Door een steekproef uit te voeren bij een afvalbedrijf in het Noord-Brabantse Sint-Oedenrode kwamen onderzoekers Christiaan Bolck en Maarten van der Zee erachter dat afbreekbare plastics wel degelijk goed composteren binnen de door de meeste afvalverwerkers gehanteerde composteertijden. De twee wetenschappers brachten het afbraakproces van negen biologisch afbreekbare plasticproducten in kaart door (onder andere) gft-inzamelzakken, plantenpotten, theezakjes en fruitetiketten in netten te stoppen en te monitoren.
Niet alleen troffen de wetenschappers geen resten van de afbreekbare plastics aan in de compost die uit de installatie in Sint Oedenrode kwam; sommige composteerbare plastics bleken zelfs sneller af te breken dan sinaasappelschillen.
‘Sommige uitkomsten van het onderzoek verbaasden ons ook,’ zegt Bolck. ‘Ons onderzoek toont aan dat de plastics die wij onderzocht hebben, en dat zijn allemaal producten die aan de EU-norm voor composteerbaarheid voldoen, gewoon goed afbreken binnen gangbare composteercycli. Dat veel afvalverwerkers niet aan composteerbare plastics willen, heeft te maken met hun eigen bedrijfseconomische redenen.’

afbreekbare supermarkttasjes
Zulke bedrijfseconomische belangen spelen ook een rol aan de kant van de verpakkingsindustrie. Brancheorganisatie European Bioplastics vertegenwoordigt de belangen van diverse verpakkings-, voedsel- en chemiebedrijven. Het jaarlijkse branchecongres wordt gehouden in het chique Maritim proArte Hotel in Berlijn –toegangskaartjes voor het exclusieve evenement kosten tussen de achthonderd en vijftienhonderd euro. Er wordt eetgerei getoond gemaakt van meel, plastic uit suikerbieten, zeep van koffieprut en composteerbare bekertjes.

‘Wegwerpkoffiebekers of frietbakjes kunnen prima gecomposteerd worden zolang fabrikanten zich aan de norm houden.’

Om duidelijkheid te verschaffen, probeert European Bioplastics al jaren zelf vast te leggen welke plastictoepassingen geschikt zijn voor compostering. De verpakkingsindustrie wil afbreekbare supermarkttasjes, theezakjes, koffiefilters, fruitstickers en vleeskuipjes op de markt kunnen brengen, vertelt voorzitter François de Bie. ‘Al die producten, maar ook wegwerpkoffiebekers of frietbakjes, kunnen prima gecomposteerd worden zolang fabrikanten zich aan de norm houden. Het is niet ónze schuld dat de afvalbedrijven zich zo hard verzetten dat die producten nooit gecomposteerd worden.’

offers brengen
Maar ook Natuur & Milieu zet kanttekeningen bij composteerbare plastics. In 2019 onderzocht de milieuorganisatie bijna dertig verpakkingen in de zes grootste Nederlandse supermarkten en concludeerde dat ‘de afvalstroom te complex en niet homogeen genoeg is om als basis te dienen voor de circulaire economie’ waardoor afbreekbare plastic ‘weliswaar als duurzaam verpakkingsalternatief in de markt wordt gezet, maar in de Nederlandse recycle-infrastructuur niet gecomposteerd kan worden en daarom in de verbrandingsoven terecht komt’.
Volgens Natuur& Milieu is het aantal toepassingen voor composteerbare plastics daarom beperkt.

‘Het is geen doodzonde als een afbreekbaar frietbakje in de verbrandingsoven verdwijnt.’

‘Binnen onze industrie wordt wel degelijk genuanceerd nagedacht over welke toepassing van afbreekbaar plastic zinvol is en welke niet,’ reageert De Bie. ‘En feitelijk is het ook geen doodzonde als een afbreekbaar frietbakje in de verbrandingsoven verdwijnt. Er komt dan nog steeds geen plastic in het milieu terecht. Dat klinkt misschien hard voor een frietkraamhouder die extra geld investeert om zijn plasticconsumptie terug te dringen, maar in een transitiefase moet nou eenmaal iedereen offers brengen.’

olifant in de kamer
Het debat over composteerbare plastic zit intussen wel in een impasse: twee financieel daadkrachtige industrieën, elk met hun eigen belangen, hebben zich ingegraven en willen geen millimeter schuiven.
Volgens onderzoeker Christiaan Bolck staat er een olifant in de kamer die de bredere toepassing van afbreekbare plastics blokkeert: de vervuiling van het gft met reguliere plastics. ‘Er gaat best veel mis in de afvalstroom als je ziet hoeveel plastic een composteerbedrijf als Attero binnenkrijgt,’ vertelt Bolck.
‘Om dat op te lossen, moet de hele keten zijn verantwoordelijkheid nemen. Te beginnen bij de verpakkingsproducenten die geen composteerbare plastics op de markt moeten brengen waarvan er een hoge kans bestaat dat ze als zwerfafval in het milieu of in andere afvalstromen terechtkomen.’

perverse prikkel
Ook het Nederlandse afvalbeleid moet aangescherpt worden.
De overheid heeft zich als doel gesteld dat de hoeveelheid restafval per inwoner teruggebracht wordt van 250 kilo per jaar in 2018 naar 100 kilo in 2020 – de zogenaamde VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof).
Om lokale bestuurders te stimuleren werk te maken van die doelen, publiceert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat openbare lijsten waarop de prestaties per gemeente met elkaar vergeleken kunnen worden. Volgens de afvalbranche geeft dat nou juist een perverse prikkel af: in gemeentes waar het restafval slinkt, nemen de andere afvalstromen – en de vervuiling daarvan – vaak toe.
‘Over dat gemeentelijke beleid mag inderdaad wel nagedacht worden,’ zegt Bolck. ‘Maar ook de afvalbedrijven moeten hun processen veranderen. Attero is een commercieel bedrijf dat afval wil verwerken tegen zo laag mogelijke kosten. De goedkoopste optie voor hen is nu om zowel de composteerbare als de reguliere plastics uit het gft te vissen. Maar dat wil niet zeggen dat composteerbare plastic onzin is. De werkelijke achilleshiel is de enorme hoeveelheid regulier plastic in het gft.’
Dit onderzoek is gefinancierd door Plastic Soup Foundation. Zij hebben geen invloed gehad op de inhoud.

uit: Vrij Nederland

zie ook: https://www.plasticsoupfoundation.org/plastic-probleem/schijnoplossingen/composteerbaar-plastic/

Deel dit artikel:

Geef een antwoord